St.Nektarios
OECUMENISCH PATRIARCHAAT KONSTANTINOPEL AARTSBISDOM VAN BELGIE EN EXARCHAAT VAN NEDERLAND EN LUXEMBURG
ORTHODOXE KERK HEILIGE NEKTARIOS
EINDHOVEN
Русский
Română
English
Nederlands
Ter overweging

Vader Zegen !

Het vragen en het ontvangen van de zegen van een priester.

In de kerk bestaat er een bepaalde orde, niet alleen in de rituelen van de diensten maar ook in de relatie tussen de gelovigen onderling, tussen de clerus en de gelovigen en tussen de leden van de clerus onderling.

Het vragen om zegen bij het ontmoeten of bij het afscheid nemen van een priester is een vast gebruik in de orthodoxie.

Wanneer we geloven dat het het Gods zegening is die over ons neerkomt dan zullen we die gelegenheid niet laten voorbijgaan en zullen we de priester niet begroeten of afscheid van hem nemen zonder hem om Gods zegen te vragen.

Heel ons wezen heeft baat bij Gods zegening, laten we niet om een soort onwennigheid, een soort schaamte, of om een eigen zienswijze deze zegening missen.

Het is nooit in zijn eigen naam dat een priester zegent maar altijd in de Naam van de Vader.........Uit zichzelf, en ongevraagd, zal de priester die zegening normaal niet doen want, de priester weet immers niet of diegene die hem op de gewone wereldse manier begroet die zegen wenst en of hij ontvankelijk is voor Gods zegen, en dan is het gebaar van zegening een verspilling van een Goddelijke genade. Een priester die ongevraagd maar zegenkruisjes rondom zich strooit weet niet met wat hij bezig is. Een priester die mensen opserveert of zij al of niet om zegen vragen bij het vertrekken uit de parochie weet niet met wat hij bezig is, ja met zijn vermeende eigen waardigheid. Bij het kussen van de rechter hand na de zegening gaat het in geen geval om een verering van de priester als persoon zelfs niet als bedienaar van het ambt, maar de kus op de priesterhand drukt de kus uit op de rechterhand Gods die de zegen geeft.

Ik herinner mij, het was zondag, na de Goddelijke Liturgie, warm en alleen de schaduw van vier reusachtige lindebomen brachten enige verkoeling, we waren in het voormalig Servië in het middeleeuwse klooster van de H. Stefan waar ons dochter novice was. Samen met de oude priestermonnik en ons dochter zaten wij stilzwijgend op een bank na te genieten van de genade van de God. Liturgie en van de koelte. De mensen uit het dorp en de boerenmensen uit de omgeving die het klooster bezochten gingen allemaal de oude priester groeten en vroegen ' zegen'.

Een bank verder kwamen enkele Nederlandse toeristen zitten met wie ik de dag voordien een kort gesprek had.

Met een kritisch oog sloegen zij heel dat voor hen vreemde gedoe van handjes kussen gade. Het was duidelijk wat ze er over vonden. Een van hen zei: wat vernederend toch voor die mensen zo'n middeleeuws archaïsch despotisch gebruik, dat zij die priester zijn hand moeten kussen.

Na geruime tijd van observatie kon hij zijn ergernis maar nauwelijks meer de baas en via ons dochter liet hij aan de priestermonnik de stoutmoedige vraag stellen; " Hindert U dat niet dat al die brave mensen U telkens weer de hand komen kussen ?"

De oude priester die het onbegrip én de daaruit voortvloeiende ergernis inzag keek de toerist liefdevol aan en zei: "Ja,...in zekere zin hindert mij dat inderdaad. Want telkens iemand mij de hand kust wordt ik er aan herinnerd dat ik zo heilig mogelijk moet trachten te leven "

Tot daar een kleine anekdote die ons duidelijk maakt dat diegene die het ritueel, het gebruik, of het symbool niet begrijpt of er ontoegankelijk voor is, buiten blijft staan en niet kan binnentreden in de rijkdom en de genade die samengaat met het symbool, met andere woorden er niet aan deel heeft.

AARTSPRIESTER SILOUAN



Het gebed van het hart

Voorwoord

In een kort catechetisch onderricht neemt een orthodoxe parochiepriester de gelovigen mee op weg naar de wereld van de grote stilte en de geestelijke onbewogenheid; het is de weg die naar de kostbare parel leidt, en die soms ook de Koninklijke weg genoemd wordt.

In zijn uiteenzetting probeert hij kort en bondig de weg te schetsen naar bewuste aanwezigheid van de Aanwezige, en hij doet dat o.a. met citaten van bekende hedendaagse geestelijke vaders, maar ook van de Oud-Vaders. Het centrale punt van zijn betoog is dat de Naam de geestelijke drager is van de Persoon, ja zelfs dat het uitspreken van de Naam aanwezig stellend is.

Geliefden ik wil u spreken over iets heel kostbaars, over iets dat behoort tot wat we in het gebed voor de communie noemen "het mysterie dat ik niet zal vertellen aan uw vijanden". Niet dat ik u iets nieuws wil vertellen, alles is al ooit eens gezegd geweest, zeker in de Orthodoxie en meer in het bijzonder over het gebed van het hart. Ik wil u alleen die dingen nog eens voor ogen brengen, die de Vaders van toen en ook de Vaders van onze moderne tijd als een kostbare parel beschouwen.

Diep in zijn binnenste voelt de mens een tekort, hij voelt dat hij iets fundamenteels mist, maar het dramatische is, hij kan het niet definiëren. De mens zoekt zijn honger te stillen met alles wat hij rondom zich ziet en kent, maar na een poosje komt hij tot de vaststelling dat het gevoel van onvoldaanheid weer terugkeert en een andere gedaante heeft aangenomen en dus niet definitief verdwenen is. Sommigen zoeken de oplossing heel ver, bijv. in oosterse religies en moderne spirituele bewegingen, terwijl de echte oplossing hier en nu beschikbaar is en op een verrassend dichtbije plek, hier in onze eigen Christelijke cultuur. Maar ze is vergeten geraakt en onder het puin en stof bedolven en men weet ze niet meer te vinden of te waarderen.

Ik wil bij deze catechese over het Jezusgebed in de komende minuten in ons binnenste het vuur weer laten oplaaien, zoals in de dagen dat we Christus voor het eerst mochten ontmoeten en Zijn stem zo duidelijk hoorden: "Volg Mij". Het was de tijd toen ons hart nog jubelde bij die heel eenvoudige lectuur zoals de De Russische Pelgrim en Serafim van Sarov, De Weg naar Binnen, De Weg van Christus, enz… in de eenvoud van die teksten herkende ons hart 'De Waarheid', het was in die dagen dat Hij zich op de weg van ons leven bij ons voegde en dat ons hart in ons brandde toen Hij ons liet weten: "Ik ken je bij naam en kwaal, en Mijn liefde is onvoorwaardelijk". In die genadevolle tijd was het Jezusgebed gemakkelijk en schonk het ons veel geestelijke vreugde... maar later... ja, later… toen werd het moeilijker...

Ik heb geprobeerd om de belangrijkste facetten van het Jezusgebed op een rijtje te zetten en deze dan per auteur te benaderen, maar dat bleek al spoedig een onbegonnen zaak, omdat elk facet in directe relatie stond met een ander en daar in zekere zin in overvloeide. Daardoor zult u misschien de indruk krijgen dat ik in herhaling verval, maar bij een zo uitgebreid geestelijk thema kan het niet anders of de auteurs raken en overlappen elkaar. Ik wil er nogmaals de nadruk op leggen dat ik bij deze heel eenvoudige lezing niets nieuws zal brengen, maar dat ik enkel de bedoeling heb het deksel van de eeuwen oude schatkist van Orthodoxe spiritualiteit op te lichten om u een blik te gunnen op de kostbare parel. En vergeef mij, vaders, moeders, broeders en zusters indien ik, zoals de farizeeërs bij deze lezing lasten op uw schouders leg die ikzelf niet aankan.

De vulgarisatie van het Jezusgebed

De vulgarisatie van het Jezusgebed in onze contreien speelde zich af in de laatste vijftig jaar, juist in een periode waarin hier in het Westen de geestelijke chaos begon die voor velen verlies betekende van ieder houvast. Die periode was zo turbulent, zo verwarrend en vertroebelend dat de geheimenisvolle kostbare parel van het Jezusgebed, die nog maar net uit het Christelijke Oosten tot hier was doorgedrongen, al spoedig zijn glans dreigde te verliezen tussen de vele esoterische en pseudo-oosterse mystieke praktijken van zelfrealisatie, en – misschien wat cru uitgedrukt – de kostbare parel dreigde bij de zwijnen terecht te komen.

Zelfs sommigen van ons die eens met Hem op weg waren geweest naar Emmaüs en die zich tot de Orthodoxie bekeerd hadden, dronken het gif van de verwarring en misvattingen, en zij gebruikten (weliswaar ter goeder trouw maar onwetend) het Jezusgebed niet volgens de Traditie van de Kerk. Om een zeer reëel voorbeeld te geven. Iemand zei "Ik voel mij niet goed in mijn vel", of "ik ben zo gespannen", of "ik ben zo depressief!" En iemand anders antwoordde dan: "Ik denk dat het tijd is om weer eens je Jezusgebed te gaan zeggen". Dat klinkt als het gebruik van een geestelijk fopspeentje tegen geestelijke en lichamelijke pijnen en smarten, met als ondertoon, IK WIL MIJ goed voelen! Het Jezusgebed heeft niet als doel dat de mens zich goed gaat voelen. Wanneer twee samen willen zijn in pure liefde, dan is daar geen ruimte voor enige egocentrische verwachting. Tot daar een voorbeeld van misvattingen over het Jezusgebed, maar we komen daar verder in de lezing nog op terug.

Het middel bij uitstek tegen geestelijke dwalingen

Het middel bij uitstek tegen geestelijke dwalingen en verwarring bij het beoefenen van het Jezusgebed bestaat naar mijn mening in het regelmatig putten uit de traditionele schatkist van de Vaders, vanaf de H. Antonius de Grote uit de 4e eeuw, en Izaak de Syriër uit de 7e eeuw, en Symeon de Niewe Theoloog uit de 11e eeuw tot en met het potentieel aan de grote vaders waarmee onze tijd gezegend is. Ik noem er enkele: Metropoliet Kallistos (Ware) en Mgr. Anthony (Bloom), Archimandriet Sophrony (Sacharov) en Vader Dumitru Staniloae (deze laatste drie, zalige gedachtenis). Wanneer we die vaders regelmatig zouden lezen dan zouden we leren dat wanneer twee geliefden willen samenzijn, er aan het samenzijn geen enkele voorwaarde gesteld mag worden. Het genadevol samenzijn met zijn Schepper, dát alleen moet de mens genoeg zijn.

Bij de H. Apostel Paulus lezen we dat de Heer zegt: "Mijn genade alleen, moet je genoeg zijn" (2 Kor 12,9).

Enkele algemeenheden over het gebed

Wat is gebed?

Wanneer men iemand vraagt een definitie te geven van het gebed dan is er veel kans dat hij of zij antwoordt: "Gebed is spreken met God". Alhoewel we in het Jezusgebed juist streven naar het woordloze gebed, mag je toch niet zeggen dat dit een fout antwoord is. Maar om iets concreets te kunnen zeggen over het gebed tot God is het nodig om vooraf iets te zeggen over onze opvattingen over die God.

En meteen staan we in het meest kenmerkende verschilpunt tussen het Orthodoxe en het Westerse denken over God. De Orthodoxie, die trouw bleef aan de theologie van de Oosterse Kerkvaders, hield zich aan wat we zouden kunnen noemen de 'negatieve weg', de weg van de ontkenning, de weg die benadrukt dat God in Zijn essentie de Onkenbare is, of beter gezegd, God is de totaal anders Zijnde.

Een paar voorbeelden uit liturgische teksten: Gij zijt de Ongenaakbare Aanwezige – Gij zijt de Onbegrijpelijke – Gij zijt de Onzegbare – de Onzichtbare – de Onbegrensde – de Onbeschrijflijke – Denk maar aan de eucharistische canon van de Johannes Chrysostomos Liturgie, waar de priester zich tot God wendt en zegt: "Gij zijt de onuitsprekelijke, ondoorgrondelijke en de onveranderlijk zijnde".

Door deze uitdrukkingen te gebruiken omzeilen de Vaders ieder begrip en voorstelling die door de menselijke geest gecreëerd wordt van het Goddelijk Wezen, zonder evenwel uit te sluiten dat die God in Zijn energieën door de mens te ervaren is.

Laten we even luisteren naar Mgr. Anthony Bloom: "Wij dragen allemaal in ons hoofd een aantal voorstellingen van God die we uit boeken hebben gehaald, of die we in de kerk hebben gehoord, of van volwassenen hebben overgenomen toen we nog kinderen waren of van de clerus toen we groter werden. Maar heel vaak beletten juist die voorstellingen ons de ware God te ontmoeten. Deze voorstellingen zijn niet helemaal verkeerd en er zit wel een grond van waarheid in, maar toch totaal ontoereikend... Monseigneur Anthony zegt: "Zet toch al die valse voorstellingen, al die afgodsbeelden opzij".

En de H. Gregorius van Nazianze zegt iets gelijkaardigs: "Wanneer we uit de Schriften, uit de traditie en de ervaring van de Kerk alles zouden verzamelen wat de mens over God te weten kwam, en we ons daaruit een samenhangend beeld over God proberen te vormen, dan nog zouden we maar een afgodsbeeld gecreëerd hebben, hoe mooi dat beeld ook zou zijn". Dus bidden zonder zich een voorstelling van God te maken is de boodschap.

Een veel voorkomend probleem bij het bidden is het gebrek aan concentratie.

Daarvoor gaan we te rade bij Mgr. Kallistos. Zodra wij een ernstige poging doen om in geest en waarheid te bidden, worden wij ons onmiddellijk scherp bewust van onze innerlijke gespletenheid, we stellen een inwendig gemis vast aan eenheid en heelheid. Ondanks al onze inspanningen om voor God te staan, blijven de gedachten rusteloos en doelloos door ons hoofd spelen, als zoemende vliegen (bisschop Theophan). Contemplatie betekent allereerst: bewust aanwezig zijn waar men is – in het hier en nu zijn. Maar doorgaans bemerken wij juist het tegenovergestelde, dat wij niet in staat zijn om onze geest ervan te weerhouden doelloos rond te dwalen door ruimte en tijd. Wij roepen het verleden op, wij lopen vooruit op de toekomst, wij denken vooruit aan wat we straks moeten doen; mensen en plaatsen trekken aan ons oog voorbij in een eindeloze opeenvolging. Wij missen de kracht om in onszelf te keren, om ons te concentreren op die ene plaats waar we moeten zijn - hier, in de tegenwoordigheid van God; en daarbij zijn wij niet in staat helemaal te leven in het enige ogenblik dat werkelijk bestaat - nu, het onmiddelijke heden.

Wat kunnen wij daaraan doen? Hoe moeten wij leren in het nu te leven, in het eeuwige Nu? Hoe kunnen wij het beslissende moment, het ogenblik van de gunstige gelegenheid aangrijpen? Precies hierbij kan het Jezusgebed ons helpen. Het herhaalde aanroepen van de Naam kan ons door Gods genade van verdeeldheid naar eenheid, van versnippering en veelheid naar enkelvoudigheid brengen. "Om de gedachten die onophoudelijk door je hoofd woelen, te stoppen", zegt bisschop Theophan, "moet je je geest vastleggen op één gedachte, de gedachte aan de Ene".

Met diep psychologisch inzicht leren de Vaders Barsanuphius en Johannes (Egypte en Palestina, 6e eeuw ), ons het volgende in de strijd tegen de gedachten.

Laat ons aandachtig zijn!

Wanneer wij onze fantasieën met geweld onderdrukken, keren ze vaak met verdubbelde kracht terug. In plaats van onze gedachten rechtstreeks te bestrijden en ze door een inspanning van onze wil uit te schakelen, is het verstandiger een stap opzij te gaan en onze aandacht op iets anders te richten. In plaats van naar beneden te staren, naar onze onstuimige verbeelding en ons te concentreren in een soort geestelijk gevecht tegen de gedachte, zouden wij onze blik naar boven moeten richten naar de Heer Jezus en ons aan Hem moeten vastklampen door Zijn Naam aan te roepen. Op die wijze zal de genade die door Zijn naam werkt, zegevieren over onze gedachten die wij op eigen kracht niet kunnen uitwissen.

Onze geestelijke strategie moet positief gericht zijn, niet negatief. In plaats van te proberen onze geest te ontdoen van alle kwaad, moeten wij hem vullen met de gedachte aan het goede. "Spreek de gedachten die je vijanden je influisteren niet tegen", raden Barsanuphius en Johannes ons aan, "want dat is precies wat zij willen en zij zullen niet ophouden jou in verwarring te brengen. Maar wend je naar de Heer om hulp tegen hen, leg je eigen machteloosheid voor Hem neer, want Hij is in staat om ze te verdrijven en ze tot niets te herleiden".

Nu weer Mgr. Kallistos. Tijdens het bidden komen onvermijdelijke gedachten en beelden in ons op. Wij kunnen het televisietoestel binnen in ons niet eenvoudigweg afzetten. Het haalt weinig of niets uit tot onszelf te zeggen: "houdt op met denken"; wij zouden evengoed: "houdt op met ademen" kunnen zeggen. "Een denkende geest kan niet zonder gedachten blijven", zegt de heilige Markos de Monnik, want de gedachten blijven de geest vullen met hun onophoudelijk gekwetter. Het gaat onze macht te boven om met één slag aan dat gekwetter een einde te maken, maar wij kunnen onszelf er wel van losmaken door onze altijd actieve geest te "binden aan één gedachte, of alleen de gedachte aan de Ene" - de Naam van Jezus. Wij kunnen de gedachtenstroom niet volledig tot staan brengen, maar door het Jezusgebed kunnen wij er onszelf stap voor stap van losmaken, zo brengen we de gedachtenstroom stilaan op de achtergrond, zodat wij er ons steeds minder van bewust worden.

Tot daar wat de vaders ons leren over de concentratie bij het gebed. Ik beweer niet dat al die raadgevingen gemakkelijk te realiseren zijn of dat daar geen zware inspanningen mee gemoeid zijn, maar leren spreken, leren lopen, lezen en rekenen waren ook moeilijke dingen, maar bleken toch niet onmogelijk. Alles hangt af van de gerichtheid en het verlangen van ons hart.

Nu iets over de inhoud van de formule van het Jezusgebed: "Heer Jezus Christus, Zoon van God…"

Het is niet ten onrechte dat de vaders in het Jezusgebed de samenvatting zien van heel het Evangelie, en daarom kan het Jezusgebed slechts naar waarheid beoefend worden door diegenen die naar het Evangelie leven of dat toch minstens betrachten uit geheel hun hart, uit geheel hun ziel, en uit geheel hun kracht, (allusie op Lucas 10, 27) en die deel uitmaken van de Kerk als Lichaam van Christus. Ik herhaal het: die deel uitmaken van de Kerk als Lichaam van Christus: m.a.w. zij die regelmatig de Goddelijke Liturgie bijwonen en regelmatig biechten en het kostbaar Lichaam en Bloed van Christus ontvangen. Ik wijs er op dat de Eucharistie in de eerste plaats een agapè, een maaltijd is waaraan men alleen maar kan deelnemen, en waarbij men zich niet kan beperken tot alleen maar toeschouwer te zijn. Alleen maar het eindeloos uitspreken van de formule van het Jezusgebed is dus niet voldoende.

Of we in een vol voetbalstadion staan ofwel in een spelonk zitten midden in de woestijn, als lidmaat van het Lichaam van Christus bidden wij het Jezusgebed nooit alleen, we bidden het in communio met alle ledematen van het Lichaam van Christus, maar dan moeten we in de eerste plaats zelf ten volle lidmaat zijn van dat Lichaam.

Archimandriet Sophrony leert ons dat het Jezusgebed geen techniek of een soort truc of een kunstgreep is waarmee we God kunnen verschalken of waarmee we ons de H. Geest kunnen toe-eigenen op ongeordende wijze. Heel het geestelijk leven, en als deel daarvan het gebed, verloopt volgens een bepaalde orde, volgens een vaste wetmatigheid, waarbij de mens de neiging heeft om zich aan sommige moeilijke passages te onttrekken en er omheen te lopen, maar uiteindelijk ziet hij dat hij vastloopt en dat hij op zijn schreden moet terugkeren.

Goed, we weten al enkele voorname dingen om te bidden, we mogen ons geen voorstellingen maken van God, we mogen geen egocentrische verwachtingen koesteren, we mogen geen dialoog aangaan met de gedachte en we moeten bidden als lidmaat van het Lichaam van Christus.

Dus we kunnen beginnen met het gebed van het hart

Wie de verhalen van de Russische pelgrim gelezen heeft of wie in het Klooster van de H. Johannes De Doper in Essex verbleef, kent zeker dit korte gebed. De geschiedenis van die Russische pelgrim is het verhaal van een mens die datgene in praktijk wou brengen wat ons wordt aangeraden in 1Thess. 5,17, namelijk: "bidt zonder ophouden".

"Heer Jezus Christus, zoon van God, ontferm U over mij"

Eigenlijk bestaat deze betrekkelijk eenvoudige formule uit twee delen. Het eerste deel "Heer Jezus Christus, Zoon van God" handelt over de realiteit van het Evangelie. In het hart van die formule vinden we de naam van Jezus; voor wie, zegt de schrift "iedere knie zich buigt" en wanneer we die naam uitspreken getuigen wij van de menswording. In dat eerste deel bevestigen wij dat het Woord Gods, mede-eeuwig met de Vader, mens geworden is, en dat de volheid van de goddelijkheid op lichamelijke wijze onder ons heeft gewoond in de Persoon van Jezus Christus.

Om in die man van Galilea, die profeet van Israël, de levende God te herkennen,.. dat kan alleen in en door de H. Geest. Want het is de H. Geest die ons tegelijkertijd leert dat God mens geworden is en dat Jezus Christus de Heer is.

Maar het is niet voldoende al deze zaken te aanvaarden of zelfs te geloven, want in de brief van de H. Jacobus lezen we (2,19) dat ook de demonen geloven en voor God beven. Het geloof alleen verzekert nog niet het heil van de mens, het geloof moet als basis, als fundament dienen om een echte relatie met God op te bouwen.

Op die wijze,.. na in alle duidelijkheid ons geloof in de heerschappij en ook in de historische Persoon en de Goddelijkheid van Jezus Christus beleden te hebben, moeten we ons in waarheid vóór Hem plaatsen, we zouden kunnen zeggen in de juiste geestesgesteldheid of het juiste bewustzijn en dan uit de diepte van ons hart zeggen: "Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij".

Het tweede deel van de formule betreft de woorden 'ontferm U'. Deze woorden zijn in alle christelijke Kerken bekend, en in de Orthodoxe Kerken vormen die woorden het antwoord van het godsvolk op iedere voorbede van de priester en diaken. De woorden in het Nederlands, 'ontferm U' schieten eigenlijk te kort en drukken helemaal niet de oorspronkelijke Griekse betekenis uit van het woord 'eleison'.

Het woord 'eleison' is van dezelfde oorsprong als het woord 'elaion', het betekent soms olijfboom, maar ook soms olijfolie. In het Oude Testament maar ook in het nieuwe Testament vinden we talrijke verwijzingen en gebeurtenissen die ons helpen om de volle betekenis van het woord 'eleison' te begrijpen.

Bij die prachtige parabel van de Barmhartige Samaritaan, waarbij die Samaritaan (Christus) de olijfolie op de wonde goot, moest die olie verlichting van de pijn en heling van de wonden bewerkstelligen.

In het Oude Testament vinden we de zalving van de Koningen met olijfolie; men goot olijfolie uit over hun hoofd en dit symboliseerde de genade Gods die over de Koning werd uitgestort. Deze genade moest de Koning die kracht geven die hij als gewone sterveling niet bezat.

Voel die heel diepe betekenis van het woord 'eleison' en laat ze binnendringen in uw hart, alleen op die wijze, met de veelzijdige betekenis van 'eleison', kan je het Jezusgebed op de juiste wijze bidden. 'Eleison' betekent de heling en de genezing van de lidtekens en wonden die de mens door zijn zonden en fouten heeft opgelopen, en ook betekent de olijfolie de nieuwe genade die ons kracht brengt om onze taak in dit leven als christen te volbrengen. U ziet hoeveel dieper en rijker het woord 'eleison' eigenlijk is dan alleen maar het afsmeken van Gods ontferming.

Veel auteurs hebben over het Jezusgebed geschreven en daarbij uitgelegd hoe sommigen daarbij een speciale ademhalingstechniek toepassen samengaand met het ritme van hun hartslag. De Philokalia wijdt tot in detail uit over deze technieken, maar alle vaders onderlijnen daarbij heel sterk dat men deze wijze van beoefening beter onder begeleiding van een geestelijke vader doet, om niet in een van de talrijke valstrikken van onze persoonlijke geestelijke projecties te vallen. En velen onder de vaders relativeren zelfs het belang van de ademhalingstechniek.

Ik citeer daarover Archimandriet Sophrony. Wat ons door God gegeven is, is het gewone echte gebed, de herhaling van de formule "Heer Jezus Christus...", maar dan zonder fysieke inspanning, dus op heel natuurlijke wijze, zelfs zonder de tong te gebruiken of enige klank voort te brengen, en ook zonder enige verwachting, of geforceerde geestelijke houding. Door concentratie trachten we in de enkelvoudige gedachte te staan.

Meer dan bij welk ander gebed ook is het doel van het Jezusbeeld om ons in aanwezigheid van God te plaatsen, en dat zonder andere gedachten dan de wonderbaarlijke gedachte van: ik vertoef nu vóór Gods Aanschijn en Hij is hier en nu met mij, want in het zuiver gebed, d.w.z. het gebed zonder gedachte, is er niets en niemand anders meer dan God en ik.

Ik wil bij die uitspraak van v. Sophrony een kleine bescheiden kanttekening plaatsen.

Wat v. Sophrony noemt "ons in de aanwezigheid van God te plaatsen", lijkt op het eerste gezicht een gevolg van iets dat verstandelijk beredeneerd is, maar ik denk dat hij hier veeleer bedoelt een vorm van bewustzijn van voor God te staan. Inderdaad,… het kan gebeuren dat het gebed zó genadevol is dat het verstandelijk weten opgaat in een daadwerkelijk ervaren van Gods aanwezigheid. Dat is niet meer geloven dat God bestaat, maar dat is weten dat God bestaat en geloven en weten zijn niet hetzelfde, want "hij die weet, gelooft niet meer".

Wij zijn nu toegekomen aan een belangrijk hoofdstuk waar ik uw bijzondere aandacht voor vraag.

De betekenis van het uitspreken van de Naam 'Jezus'

In de Orthodoxe spiritualiteit neemt de Naam van iemand een heel belangrijke en geestelijk welbewuste plaats in. De allerbelangrijkste betekenis van de 'Naam' en meteen het centrum van het Jezusgebed is. "De Naam van iemand draagt de tegenwoordigheid van die persoon". En nu heel kras: het uitspreken van de Naam bewerkstelligt de 'tegenwoordigstelling'. Wanneer we dit onthouden, en als permanent bewustzijn meedragen in ons Jezusgebed, dan wordt ons gebed helemaal anders.

Ik citeer nu Mgr. Kallistos in De Kracht van de Naam. Wij zullen de rol van het Jezusgebed in de Orthodoxe spiritualiteit niet begrijpen, tenzij wij iets van de kracht en de werking van de goddelijke Naam aanvoelen. Als het Jezusgebed genadevoller is dan andere aanroepingen, dan ligt dat aan het feit dat het de Naam van God bevat: iemands persoonlijkheid met zijn eigenschappen en zijn kracht is in zekere zin in zijn naam aanwezig. De naam van een persoon kennen, betekent dat men inzicht verwerft in zijn aard en daardoor een relatie met hem krijgt en misschien zelfs wel een zekere macht over hem. Enkele voorbeelden. De geheimzinnige boodschapper die met Jakob aan het wad van de Jabbok worstelt, weigert om zijn naam bekend te maken (Gen 32,29). Nog een voorbeeld: een verandering van naam wijst op een beslissende verandering in iemands leven, zoals bij Abram, wiens naam Abraham wordt (Gen 17,5), of bij Jakob, die Israël gaat heten (Gen 32,38). En ook Saulus die na zijn bekering de naam Paulus draagt (Hand 13,9). En nog een laatste voorbeeld, een monnik krijgt bij het afleggen van zijn kloostergeloften een nieuwe naam die hij gewoonlijk niet zelf heeft gekozen, om de radicale vernieuwing aan te geven die hij ondergaat. Bij de aanroeping van de Naam zijn de macht en de heerlijkheid van God aanwezig en actief in Zijn Naam.

De Naam van God uitspreken is tegenwoordig stellen, God met ons, Emmanuel: Wanneer wij de Naam van God aandachtig en welbewust aanroepen, plaatsen wij onszelf in Zijn tegenwoordigheid, dan stellen wij ons open voor Zijn kracht, bieden wij onszelf aan als een instrument en een levend offer in Zijn handen. Wanneer de kracht van de Naam goed tot ons is doorgedrongen dan krijgen vele bekende passages een vollere betekenis en een grotere kracht. Bijvoorbeeld de zinsnede in het Gebed des Heren: "Uw Naam worde geheiligd"; Christus belofte bij het Laatste Avondmaal, "...wat gij de Vader ook zult vragen, in Mijn Naam, Hij zal het u geven" (Joh 16,23); Zijn laatste opdracht aan de Apostelen: "Gaat dan en onderwijst alle volkeren en doopt hen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest" (Mat 28,19); de verkondiging van Petrus dat er alleen maar verlossing mogelijk is door "de Naam van Jezus, de Nazaréner" (Hand 4,l0-12); de woorden van Paulus, "Opdat in de Naam van Jesus zich iedere knie zou buigen" (Fil 2,10); de nieuwe en geheime naam op een wit steentje in de Komende Wereld (Apok 2,17).

Deze bijbelse eerbied voor de Naam vormt de basis en de fundering van het Jezusgebed. Gods Naam is wezenlijk verbonden met Zijn Persoon en zo bezit het aanroepen van de goddelijke Naam een sacramenteel karakter; het dient als een werkzaam teken van Zijn onzichtbare tegenwoordigheid en werkzaamheid. De Naam van Jezus is een kracht voor de gelovige christen in onze dagen, zoals hij dat was in de tijd van de Apostelen. Zoals bij alle sacramentele handelingen wordt van de mens vereist, dat hij met God meewerkt door een actief geloof en een ascetische inspanning. Wij worden uitgenodigd om de Naam geconcentreerd en innerlijk waakzaam aan te roepen, onze geest geheel te laten opgaan in de woorden van het Gebed. Ik herhaal nogmaals de gedachte in het brandpunt van het Jezusgebed: Het uitspreken van de Naam is 'tegenwoordigstelling'.

Nu iets over ascese (of de doorgedreven oefening) bij het Jezusgebed

Wanneer we in de toestand van zuiver gebed verkeren met een hart vol eer en lofbetuiging aan God en vol liefde voor onze naaste, dan is het gebed niet moeilijk of lastig voor ons.

Maar indien we ons gebedsleven aan de willekeur van ons humeur over laten (zo van: God… eigenlijk wil ik wel maar ik heb geen goesting, en ik ben al zo moe), dan zal er slechts af en toe een opflakkering van gebed in ons zijn, maar zullen we ook gedurende langere perioden alle contact met God verliezen. Het is een bekoring om alleen maar te bidden wanneer we ons tot God aangetrokken voelen. Natuurlijk zijn er inwendige en uitwendige oorzaken die in ons het geloof de hoop en de liefde versluieren, maar in die perioden moeten we handelen niet naar datgene wat we voelen, maar naar wat we weten. De ascese, of de doorgedreven oefening, bestaat er in op die momenten toch voor Zijn Aanschijn te gaan staan maar dan in de herinnering dat Zijn liefde dààr is, zelfs al vervult Zijn liefde ons hart op dat ogenblik niet. Iemand wiens gebed vaak heel dor en al zwoegend verliep, bad op zekere dag als volgt: "Heer, herinner je toch hoe lief we elkaar hadden!" En alleen reeds deze herinnering aan vroegere genadevolle momenten was soms voldoende om hem over het moeilijkste punt heen te helpen.

Wanneer ons hart en onze geest lusteloos, koud en droog aanvoelt, wanneer het ons toeschijnt dat ons gebed enkel een formaliteit en routine kwestie is, wat moeten we dan doen? Moeten we dan ophouden met bidden tot er later weer leven en warmte in ons komt? Maar hoe zullen we weten dat dat moment dan gekomen is? De vaders adviseren ons om in die toestand, wanneer ons hart lauw of kil is, met kracht door te zetten en te zeggen: "Heer, ik ben aan het einde, ik kan nu niet goed tot U bidden, aanvaard Heer mijn monotone stem en de woorden die ik tot U spreek en kom mij te hulp". Of zoals de H. Silouan, die bij zijn nachtelijk gebed in zijn cel tot de Heer zei: "Ziet toch Heer, ik probeer tot u te bidden met een zuiver hart en de demonen beletten het mij". Natuurlijk is het beter om tien keer het Jezusgebed te bidden met een warm hart dan één Onze Vader te bidden zonder dat de woorden tot ons hart doordringen, maar het is juist in die momenten van geestelijk onvermogen dat het ons aan die warmte ontbreekt. Voor de christen heeft het gebed werkelijk een grote verscheidenheid aan uitzicht, inhoud en kracht of... krachteloosheid.

Een van de vaders adviseert ons om, ook in de geestelijk dorre perioden, in het geheim van ons hart te bidden ook al zijn we er van overtuigd dat een dergelijk gebed ons niet kan redden. Zulk gebed is niet nutteloos, ook al voel je niets, ook al zie je niets, ook al zie je jezelf als totaal onbekwaam. Want ook ten tijde van dorheid van ziekte en van zwakte, is je gebed Hem aangenaam, ook al denk je dat zulk gebed je niet kan redden: Geen enkele kreet van de mens vliegt verloren in de kosmos, iedere woord van ons smeken is als een pijl in Gods oor.

In die perioden van geestelijke dorheid, wanneer het gebed voor ons last en moeite kost, ligt de voornaamste ondersteuning in onze vastberadenheid, 'onze trouw' aan God. In die vrijwillige daad dwingen we ons om vóór Hem te staan, zonder daarbij acht te slaan op onze egocentrische gevoelens (bijv. ons goed willen voelen), alleen voor ogen houdend dat we Hem trouw moeten zijn, omdat Hij God is en wij Zijn schepsels.

In andere perioden van ons leven zijn er weer andere gedachten die ons gebedsleven verhinderen en ons geestelijk leven verzuren. Zoals de gedachte dat wij onwaardig zijn voor het gebed, ja dat we zelfs door onze traagheid, ontrouw en lafheid niet het recht hebben om te bidden. Laat je niet in de war brengen, die gedachten die het gebed willen verstikken dat zijn zij die voorop liepen en die riepen tot Bartimeüs dat hij moest zwijgen (Lucas 18,35), maar de blinde Bartimeüs hield aan en riep: "Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij" en het Evangelie gaat verder: Jezus stond stil en hij liet hem bij Hem brengen.

Over deze problematiek zeggen de Vaders ook nog: iedere waterdruppel, waarvandaan hij ook afkomstig is, uit een poel of uit de oceaan, wordt door het verdampingsproces gezuiverd, zo vergaat het ook het gebed dat tot God opstijgt. Des te meer we ons verslagen voelen, des te meer is het gebed voor ons noodzakelijk. Dit is zeker het gevoel dat ook de H. Vader Johannes van Kronstadt had toen hij op een dag aan het bidden was en een demon hem influisterde: "hypocriet, hoe durf je tot Hem te bidden met een onrein hart vervuld met uw gedachten die ik lezen kan". Het antwoord van de H. Johannes van Kronstadt was: "Juist omdat mijn hart vol weerzinwekkende gedachten is, vecht ik en bid ik tot God".

Over datzelfde thema n.l. de doorgedreven gebedsascese zegt Monseigneur Anthony hetvolgende.

We moeten bidden zonder verwachtingen of eisen. Wanneer we bidden, moeten we indachtig zijn dat de Heer ons in alle vrijheid tot Hem laat naderen en dat Hij vrij is Zijn genadegaven te schenken aan wie en waar en wanneer Hij wil. Wij mensen zijn vrije wezens, maar ook God is totaal vrij om al of niet tot een ontmoeting met de ander over te gaan, en juist die vrijheid is van kapitaal belang, want zij is onontbeerlijk om een persoonlijke relatie tot stand te brengen.

De gebedsascese is eigenlijk een soort waakzaamheid. Zoals een soldaat die zich ook 's nachts zo stil mogelijk houdt en helemaal oplettend en waakzaam is om alles rondom hem te kunnen waarnemen, derwijze dat hij onmiddellijk en juist kan reageren indien er iets gebeurt. In zekere zin is die soldaat niet actief bezig want hij staat daar en doet niets; anderzijds is hij op ieder ogenblik super actief door zijn waakzaamheid en geconcentreerd zijn. Zo gaat het ook in het geestelijk leven. In de enkelvoudige gedachte moeten we ons in totale stilte in Gods nabijheid ophouden, waakzaam en vredig. Misschien wachten we wel uren of nog langer, maar op zeker ogenblik zal onze waakzaamheid beloond worden. Maar laten we het nogmaals herhalen. Het zal zijn in de afwachting van wat er zou kunnen gebeuren, en niet in de verwachting van een bijzondere gebeurtenis.

Het kan ons soms overkomen dat wij tijdens het gebed inwendig een gevoel van warmte krijgen, en we kunnen dan niet aan de verleiding weerstaan om 's anderendaags voor God te verschijnen met de verwachting dezelfde ervaring nogmaals te mogen beleven. Wanneer we tot God gebeden hebben met een warm hart, met tranen of met een van vreugde overstromend hart, dan komen we de volgende keer met de verwachting hetzelfde te mogen beleven. Luistert goed! Vaak is het zo dat, indien we tot Hem komen met de verwachting het contact van gisteren met Hem te herbeleven, we juist door die verwachting het contact van vandaag verliezen, of mislopen. Ja inderdaad de weg van het geestelijk leven is bezaaid met valkuilen, wolfsijzers en schietgeweren, vooral deze van onze projectie en illusies, en juist daarom kan er niet genoeg gewezen worden op de noodzaak een geestelijke vader te hebben, een van de vele mooi rijke en onmisbare hulpmiddelen uit de traditie van onze Kerk.

Hoe zullen we bidden?

Monseigneur Kallistos citeert in zijn boek De Kracht van de Naam de Finse schrijver en monnik Tito Coleander, die zegt: "Wanneer je bidt dan moet je stil zijn... Jijzelf moet stil zijn; en het gebed laten spreken".

Laten we verder luisteren naar Monseigneur Kallistos.

Helemaal stil zijn is heel moeilijk en tegelijk het meest doorslaggevende bij de kunst van het bidden. Stilte is niet louter negatief – een pauze tussen de woorden, een tijdelijk ophouden met spreken – stilte is, goed beschouwd, iets heel positiefs: een houding van aandachtige openheid, van waakzaamheid en bovenal van luisteren.

De hesychast, diegene die de inwendige stilte of het innerlijk zwijgen heeft bereikt, is bij uitstek iemand die luistert. Hij luistert naar de stem van het gebed in zijn eigen hart en hij begrijpt dat deze stem niet zijn eigen stem is, maar die van een Ander, die binnenin hem spreekt.

Het verband tussen bidden en stil zijn zal duidelijk worden wanneer wij nadenken over drie verschillende en korte definities van wat het gebed is.

De eerste definitie komt uit de Oxford Dictionary, die het gebed omschrijft als "een plechtig verzoek aan God". Het gebed wordt hier voorgesteld als iets dat in woorden wordt uitgedrukt en meer in het bijzonder als een daad waarbij wij God om de een of andere weldaad vragen. Hier staan we nog op het niveau van een eerder uitwendig dan inwendig gebed. Weinigen onder ons kunnen zich met een dergelijke definitie tevreden stellen.

De tweede definitie komt van een Russische starets uit de vorige eeuw en gaat veel dieper. "Het belangrijkste in het gebed", zegt bisschop Theophan de Kluizenaar (1815-1894), "is dat wij met de geest in het hart voor God staan".

Deze definitie van het gebed omvat veel meer dan louter om iets vragen en een dergelijk gebed kan in feite bestaan zonder dat daaraan ook maar één woord te pas komt. Het is niet zozeer een kortstondige activiteit, als wel een blijvende toestand. Om onze persoonlijke verhouding tot andere mensen te bevestigen en te verdiepen, is het niet nodig voortdurend iets te vragen of woorden te gebruiken; hoe beter we elkaar leren kennen en hoe meer we van elkaar houden, des te minder hebben wij er behoefte aan om onze wederzijdse verhouding in woorden uit te drukken. Dat geldt ook voor onze persoonlijke verhouding met God. In deze eerste twee definities ligt de nadruk in de eerste plaats op het handelen van de mens en niet zozeer op wat God doet.

De derde definitie is ontleend aan de heilige Gregorius van de Sinaï († 1346). In een zorgvuldig uitgewerkte passage waarin hij in zijn pogen om de echte werkelijkheid van het inwendig gebed te beschrijven, de ene benaming op de andere stapelt, eindigt hij plotseling met een onverwachte eenvoud: "Waarom zolang praten? Bidden is God, die alles in alle mensen tot stand brengt". Bidden is God - het is niet iets dat van mij uitgaat, maar iets waarin ik deel; het is niet in de eerste plaats iets wat ik doe, maar iets dat God doet in mij; of met de woorden van de H. Apostel Paulus (Gal 2,20): "Ikzelf leef niet meer, maar Christus is het die leeft in mij".

Nu iets over het zuivere gebed of het gebed vanuit het hart

Meerdere vaders leren ons dat indien we het Jezusgebed willen beoefenen naar de traditie van onze Vaders, het de bedoeling is dat ons intellect in ons hart afdaalt om van daaruit tot God te bidden.

Natuurlijk staat het hart hier niet voor het vleselijk hart, en ook niet voor het emotionele centrum in de mens. Het begrip hart staat in dit geval voor het geestelijk zwaartepunt van de mens, het is dat orgaan, of beter die plaats, of nog beter dat perceptievermogen waarmee de mens kan weten en kennen zonder voorafgaand verstandelijk onderzoek of waarneming.

De Grieken noemen dat geestelijk centrum de 'nous'.

Wanneer de mens zich schikt naar de goddelijke orde door de geboden te onderhouden, dan zal het verstand, gebed, op natuurlijke wijze afdalen naar het hart, en zal het verstand het hart geen verwijten maken. In dit geval zal de toestand van gebed, (uit het hart dus) eigen en echt zijn. Is de nous daar tegenover verstrooid en onzuiver door de passies, dan bevinden we ons in de situatie van: "de Bruidegom is er wel, maar we kunnen Hem niet zien".

Zodra het bidden uit de nous gebeurt, wordt het gebed door heel de mens gebracht, heel het wezen in zijn totaliteit, dat schepsel, dat mens heet, bidt, uit zijn intellect, uit zijn hart, uit zijn wil, ja zelfs uit zijn fysieke lichaam.

Wanneer het de mens gegeven is om in een dergelijke genadevolle toestand te bidden, dan gaat dat gepaard met een oneindige, inwendige stilte, een soort geestelijke onbewogenheid. Dit is de toestand die men noemt het zuiver gebed. In die toestand kan het gebeuren dat het voertuig, de gebedsformule, niet meer nodig is, en dat de woorden ervan stoppen, of ten hoogste af en toe eens herhaald moeten worden. In dat stadium van begenadigd gebed blijft de menselijke geest door de genade en door de vreedzaamheid op God gericht, en verwijlt de mens in die toestand voor Gods Aanschijn.

Een kleine anekdote. Iemand die deze bijzondere toestand in het gebed van voor Gods Aanschijn te staan voor het eerst beleefd had zei tot zijn geestelijke vader: "Vader, toen ik die bepaalde toestand beleefde, wist ik plots dat het dat was waarnaar ik zo lang gezocht had en waarvan ik intuïtief wist dat het bestond. Het leek alsof ik het vroeger heel lang geleden gekend had maar het toch vergeten was. Het was plots of ik mij die 'zijnstoestand' herinnerde, ja werkelijk het was een herkennen." En dan volgde het antwoord van die geestelijke vader: "In de nabijheid van God herinnert en herkent de mens zich zijn Goddelijke oorsprong." Geliefde toehoorders... met die vorm van herinnering vanuit het geestelijk hart houdt het Jezusgebed zich bezig.

Wanneer het ons gegeven is om op dergelijke genadevolle wijze vanuit de nous te bidden dan heerst er in de nous tegelijkertijd een grote stilte én een grote geestelijke alertheid, er is nog slechts één enkelvoudig weten en ervaren in het hier en nu van de Goddelijke aanwezigheid, een toestand van zuiver bewustzijn en zuiver weten. Wanneer de mens dat voor het eerst beleeft is het Pascha, alles is nieuw, het nu is eeuwig en het eeuwige is nu!

De Vaders waarschuwen ons voor alle andere gedachten, hoe vroom en zuiver deze ook mogen lijken, zij zien ze als gevaarlijke obstakels bij het afdalen van het verstand naar het hart. We moeten er over waken om niet in een theologisch denken over God te blijven steken wanneer we proberen te bidden. Het klinkt misschien erg frappant, maar ieder verstandelijk denken aan God verhindert het directe contact met Hem. Iedere gedachte, formule of voorstelling die de mens zich maakt over God, vangt de mens en sluit de mens op in zichzelf.

Bij het zuivere gebed is de gedachte "Heer Jezus Christus" nu niet meer gestructureerd in een formule, maar is openbaring en energie geworden, zij is voor de bidder tot een bewuste Aanwezigheid geworden. Iedere gedachte die in het intellect haar oorsprong had is weg, er is alleen nog maar een bewustzijn van totale opname in God. In die toestand van zuiver gebed is de mens los van de steeds wisselende stroom van beelden, ideeën en gevoelens, we kunnen zeggen: "die mens rust in God". Dat is het wezenlijke van het Jezusgebed. Sta mij toe het nogmaals te herhalen, die ontmoeting voltrekt zich in de oneindige stilte van het hart, onder de enkelvoudige gedachte, die eigenlijk geen gedachte meer is maar energie en openbaring van de Grote Aanwezige.

Maar hoe dicht ook God en de mens elkaar mogen benaderen, de "Ik – Gij" relatie tussen God en de mens blijft altijd bestaan.

Het is het schepsel dat wordt ondergedompeld in de onmetelijke Goddelijke barmhartigheid en liefde, maar het schepsel wordt er nooit door verzwolgen; God blijft God, en de mens blijft mens, de twee blijven hun eigen identiteit bewaren, maar de mens wordt bekleed met en vervuld door de H. Geest.

Wanneer we bidden in die toestand van het zuivere gebed, dan ontmoeten we God niet langer meer door ideeën, maar door het bewustzijn van Zijn aanwezigheid. In die vorm van bidden wordt het besef van een onbereikbare realiteit, zoals dat door het verstand ervaren wordt, opgelost in de onmiddellijke aanwezigheid van God. De idee van God, of onze ideeën over Hem, worden vervuld door en doordrongen van het bewustzijn van de levende realiteit van God, de idee staat niet langer tussen ons en God in. Bij het zuiver gebed wordt de formule misschien nog wel inwendig uitgesproken, maar ze staat niet langer meer tussen God en de mens in, in die woorden richt de mens zich tot God in Gods eigen aanwezigheid. In dat stadium van het Jezusgebed is onze aandacht niet meer gericht op woorden, maar op God, aan wie de woorden gericht zijn.

Het geestelijk hart, de 'nous' is de zetel van de liefde; en liefde betekent de Ander ontmoeten. En omdat de liefde gedreven wordt door een beweging van oneindig verlangen, kan dat verlangen alleen ten volle worden bevredigd in de ontmoeting met God, Hij die de Oneindige is. Maar het hart is ook de bron van berouw en de plaats waar het berouw door de mens wordt gevoeld. Bij de ervaring van de oneindige liefde van God weent de mens in zijn hart en vraagt hij om vergiffenis. Het is uit datzelfde hart dat er tranen opwellen. Tranen van verdriet bij het spijt voor gedane zonden, tranen bij het inzien van zijn lafheid, en ook tranen met spijt om de verloren tijd en om wat hij anderen heeft aangedaan. Maar ook tranen van geluk en van grote dankbaarheid. Vooral dankbaarheid om het nieuwe weten. Die nieuwe vorm van weten is geen product van het intellect, maar heel die mens is vanaf nu drager van dat nieuwe weten door de ontmoeting. Dat nieuwe weten houdt de ervaring in dat God hem liefheeft, die mens kan getuigen dat God zijn persoon kent, liefheeft en dat Hij de mens zoekt, ja dat hij voor God bestaat! Daarin beleeft de mens hier op aarde nu reeds zijn persoonlijke opstanding, hij begrijpt nu de woorden "To be or not to be", ja werkelijk hij weet nu dat het gaat over " zijn of niet zijn" in het perspectief van de eeuwigheid, ja dat het gaat over leven en dood.

Als slot nog dit. Terecht merkte Vader Archimandriet Sophrony zaliger het volgende op: "Het is de taak van de dogmatische Theologie om over God en de goddelijke dingen na te denken, en daarbij verricht deze vorm van theologie zeer nuttige arbeid, maar in zichzelf bezit zij niet de sleutel tot het Koninkrijk." (Einde citaat)

De sleutel van het Koninkrijk ligt in een zuiver en nederig hart waar alle woorden en beelden opgehouden hebben te bestaan. Daar op die plaats kunnen die twee die elkaar zoeken ook elkaar ontmoeten. Dat is de rijke eeuwenoude Orthodoxe Traditie van het Jezusgebed in onze Orthodoxe Kerk, zoals het nog steeds beoefend wordt in de vele kloosters o.a. op de H. Berg Athos en in de woestijn, maar ook op geheimenisvolle wijze in de harten van al diegenen die in het hier en nu in het harde leven van deze wereld staan, en die Hem zoeken uit geheel hun ziel, uit geheel hun verstand en uit geheel hun hart. Vaak gaat het moeilijk, maar dan keren ze op hun schreden terug en roepen: "Heer, herinner je hoe lief we elkaar hadden".

Eindhoven 22.07.2008

AARTSPRIESTER SILOUAN



LOGISMOI - NEPSIS- NOUS

Ik wil de komende minuten graag met u binnen gaan in de wonderwereld van de menselijke gedachten, het is een wereld waar zich heel subtiele processen afspelen en waar we ons vaak niet bewust van zijn.

Het Westerse denken wordt gedomineerd door het menselijk verstand, en in het Westers denken heeft het 'weten' prioriteit ten opzichte van het 'zijn'. In het Oosten daarentegen wordt de ervaring waardevoller gevonden dan de gedachte. Meer dan het verstand is het veeleer de nous die in het Oosten als het meest belangrijke geestelijk centrum ervaren wordt. Dat centrum, de nous of het geestelijk hart van de mens noemt de H. Makarios het oog van de ziel. Wanneer ons in het wegverkeer een aanrijding overkomt en we schade oplopen, dan zeggen we meestal " Ho ! ik had die andere helemaal niet zien aankomen. De schade is dus veroorzaakt door niet alert of niet waakzaam te zijn, (In het Grieks: gebrek aan Nepsis). Zo vergaat het ook de mens in het geestelijk leven. Permanent is er een verkeersstroom aan gedachten die door ons hersenen gaan, goede gedachten, neutrale of waardeloze gedachten, maar ook gedachten die schade kunnen veroorzaken ( logismoi) en die soms met beelden gepaard gaan, en vaak hebben we deze door onoplettendheid niet zien aankomen. Op heel subtiele wijze, en in het beginstadium bijna onherkenbaar penetreren die gedachten en zij proberen de aandacht van de mens te trekken, maar vooral proberen de gedachten de mens tot een interactie of dialoog te verleiden. Indien de mens door gebrek aan waakzaamheid ( nepsis) de schadelijke gedachte accepteert dan daalt deze in verschillende stadia af tot in zijn hart, en het kwaad is geschied, door die onoplettendheid brengt de gedachte ( logismoi) ons 'schade' toe. Het proces verloopt als volgt: De logismi komt binnen in onze gedachten, wij herkennen haar niet en volgen haar, daardoor krijgt de logismi een duidelijke vorm. Wanneer we ze nog niet herkennen en ze verder volgen verhoogt haar densiteit, en in het laatste stadium is de logismi agressief en overrompeld zij het kart. Wij zijn geen boom, wij zijn geen rots, dus hebben wij gedachten, goede-, banale- en slechte gedachten, en voor de prille oorsprong van de gedachten zijn wij niet verantwoordelijk, wij zijn alleen verantwoordelijk wanneer we door gebrek aan nepsis of wel helemaal vrijwillig de logismi volgen en haar destructieve weg naar ons hart laten gaan.

Aanvankelijk was de mens geschapen met een 'nous' naar Gods gelijkenis, maar bij de val in het aards paradijs werd de 'nous' voor het eerst vertroebelt. Telkens wij afdwalen door onoplettendheid of bewust zondigen trekt de genade en de liefde zich terugtrekken, het hart verkilt, ons geestelijk oog wordt vertroebelt en vanaf dat moment lijden we aan een soort spirituele cataract, of staar.

Ons geestelijk oog is niet meer instaat om bv. de icoon in de mensen rondom ons te zien, we zien onze naasten als karikaturen en andere dingen zien we op gebrekkige en vervormde wijze. Wanneer we de nepsis niet beoefenen zal het licht minder en minder tot ons doordringen tot we uiteindelijk in de volslagen duisternis terechtkomen.

Wat baat het ons om dan in het volle licht te staan wanneer de nous blind geworden is. Vader Sophrony zegt. Het is de taak van de nous om de logismoi de weg af te snijden.

Dit cruciale element of centrum van het spirituele bevattingsvermogen, de nous, wordt genegeerd of is nagenoeg onbekend in de Westerse filosofie. Heel uitzonderlijk gebruiken men het wel maar dan als synoniem voor het ' verstand ' , of het ' intellect' .

Ik wil graag een zeer sprekend voorbeeld aanhalen uit het Evangelie. Jezus is gestorven, zijn apostelen hebben Hem dood gezien en toch verschijnt Hij na zijn dood aan Zijn apostelen.

Citaat: Lucas 24, vers 38 tot 45 [38] Jezus vraagt: 'Waarom zijn jullie zo in de war?' 'Waarom die twijfel in je hart? [39] Bekijk mijn handen en mijn voeten maar, Ik ben het zelf. Betast Me en je zult het zien. Een geest heeft immers vlees noch been, zoals jullie zien dat Ik heb.' [40] Nadat Hij dat gezegd had, liet Hij hun zijn handen en voeten zien. [41] Omdat ze het van blijdschap nog niet konden geloven, en verbaasd waren, vroeg Hij hun: 'Hebben jullie hier iets te eten?' [42] Ze gaven Hem een stukje gebakken vis. [43] Hij nam het aan en at het op waar ze bij waren. [44] Hij zei: 'Dit is wat Ik jullie heb gezegd toen Ik nog bij jullie was: alles wat er in de Wet van Mozes en bij de Profeten en in de Psalmen over Mij geschreven staat, moet in vervulling gaan.' [45] En als laatste zin staat er in alle westerse vertalingen " En toen opende Hij hun verstand om de Schriften te begrijpen. Maar volgens hun verstand KON JEZUS DAAR NIET STAAN? VOLGENS HUN VERSTAND HIJ WAS DOOD. Maar wat doet Jezus, om hun de realiteit van Zijn verrijzenis te bewijzen eet Hij voor hun ogen een stuk vis, en herhaald Hij de woorden die Hij voor Zijn dood tegen hen gesproken had. De laatste en kapitale zin uit dit Evangelie in de Griekse tekst klinkt als volgt: " Toen opende Hij hun 'nous' zodat zij de schriften begrepen. Vanuit die heldere nous herkenden zij en geloofden zij de woorden van de Schrift en in de levende en verrezen Christus.

' Laat ons aandachtig zijn ' ! ! ! Nepsis ! ! !.

Bibliografie: " Orthodoxe psychotherapie " Hiérotheos Vlachos Metropoliet. van Nafpaktos.
" Brood wijn, water olie." Archim Meletios Webber.

Eindhoven 31.08.2014

AARTSPRIESTER SILOUAN



DE GROTE VASTEN EN DE BIECHT

De grote vasten is die periode die voorafgaat aan het Pascha, Pasen, waarbij de Kerk ons aanspoort om extra inspanningen te doen, inspanningen van bezinning en bekering. Het is die periode waarbij de mens zoals in het Evangelie van de verloren zoon tot de vaststelling komt dat hij in een ver een vreemd land verzeild is, en dat hij ver van zijn vaderlijk huis en van zijn vader verdwaald is, door niet waakzaam te zijn, of nog erger, door heel bewust afstand te nemen van zijn Vader.

Maar na verloop van tijd stelt die verdwaalde mens vast dat er in dat vreemde land gebrek heerst, in het bijzonder aan het voedsel dat zo overvloedig beschikbaar is aan de tafel van zijn Vader, in het bijzonder het geestelijk voedsel.

En evenals die verloren zoon uit dat Evangelie zegt de christen die tot bezinning komt ' Ik zal opstaan en naar mijn Vader terugkeren, en ik zal Hem zeggen, ik ben niet waardig uw zoon te zijn maar neemt mij aan als uw dienstknecht'.

En die vader, die iedere dag de heuvel beklimt om van daaruit zijn zoon te zien aankomen omhelst Zijn kind zonder terughoudendheid of zonder enige wrevel, en hij viert feest met hem, want Zijn kind was verloren en is teruggekeerd.

Heel die procedure, of beter, heel die weg die de ontmoeting tussen het kind en de Vader voorafgaat, is voor de christen de vastentijd. Het is de tijd van de dubbele kenosis, het kind stort zijn pijn en verdriet uit voor zijn Vader, en vanuit de oceaan van Zijn barmhartigheid giet de Vader wijn en olie op de wonden van Zijn kind.

Wanneer men zo ver is afgedwaald dat men bij een andere meester woont en er bij diens zwijnen verblijft, dan kan het niet anders of er moet iets de aan de ontmoeting met de vader voorafgaan.

Herinnert u, Mozes verbleef 40 dagen op de berg Sinaï vooraleer hij de Wet van God aan het volk Bracht.

Het volk van Israël verbleef veertig jaar in de woestijn vooraleer het thuis kwam.

Elias liep veertig dagen en nachten vooraleer hij de Heer op de Horeb ontmoette. Jezus zelf vastte 40 dagen vooraleer hij de blijde boodschap aan het Godsvolk ging brengen.

Iedere ontmoeting met de Heer vraagt een bijzondere voorbereiding. De christen, die opgaat naar zijn Vader om met zijn Vader het Pascha te vieren, zal zich onderweg voorbereiden op de grote ontmoeting, door een geest van lichamelijk en geestelijk vasten, door een geest van gebed, en een geest die gericht is op bekering.

Die mens zal het verlangen hebben om zijn leven te reorganiseren. Die mens zal bereid zijn weer orde op zaken te stellen. Die mens zal bereid zijn om zich naar de orde en de wil van zijn Vader te schikken.

Het mysterie van de biecht is het middel bij uitstek waarbij de mens zich weer naar de orde van zijn vader schikt. Eigenlijk is de biecht dat deel van de procedure van de terugkeer waarbij de mens door het uitspreken van zijn zonden zich van de zwijnen distantieert, hij distantieert zich van die parasiet die in hem leeft en die hem liet verdwalen tot in het verre en vreemde land.

De biecht is geen tribunaal waar de mens veroordeeld en verworpen wordt, de biecht is dat heel bevoorrechte deel van de ontmoeting met de Vader waarbij het kind zegt 'Ik ben niet waardig….' en waarbij de Vader zijn berouwvol kind in zijn grote barmhartigheid omhelst en hem de feestzaal binnen brengt.

Tot onze laatste adem zullen ons berouw en Zijn barmhartigheid de enige uitkomst voor ons zijn.

Het sacrament van de biecht maakt onbetwistbaar deel uit van heel het proces dat we metànoia noemen, dat is het proces van herstel, het proces van totale ommekeer, het proces van echte bekering en van onze terugkeer op weg naar de grote ontmoeting.

Eindhoven 21.02.2014

AARTSPRIESTER SILOUAN



ER BESTAAT GEEN ECHT GELOOF DAT ENKEL OP EEN IDEOLOGIE GEGRONDVEST IS

Zelfs als zouden miljoenen mensen vinden dat de christelijke wereldbeschouwing de meest overtuigende of meest beantwoordende is aan de wetenschappelijke bevindingen, dan nog kunnen ze niet spreken over het geloof zolang er geen ontmoeting met God heeft plaatsgehad, en zolang er geen persoonlijke relatie met Hem tot stand is gekomen.

Aan mensen die heden ten dage orthodox willen worden, vraagt men meestal een lange voorbereidingstijd. In de Handelingen der Apostelen (8,26-39) lezen wij over de ontmoeting van Filippus en de Ethiopiër die het boek van de profeet Jesaja aan het lezen was. Filippus legde hem uit wat in het boek Jesaja over Christus geschreven staat.

De Ethiopiër geloofde hem en zei: "Hier is water. Wat is er op tegen, dat ik gedoopt word?" Wat hij over het Evangelie wist, was alleen maar dat Jezus Christus de lijdende man was over wie in het boek Jesaja geschreven staat. De Ethiopiër geloofde in de persoon van Christus, terwijl hij veel minder over Hem wist dan de gewone Europese mens kon weten, maar het was een persoonlijke ontmoeting waar het hem om ging.

De Ethiopiër had Christus ontmoet en op basis daarvan mocht de doop plaatsvinden.

Tot daar het citaat van Mgr Anthony uit "Gesprekken over het geloof en over de Kerk"

Maar ik wil graag iets vertellen uit mijn eigen persoonlijke pastorale ervaring. Enkele jaren geleden zou ik in Nederland in de rivier De Dommel een jonge Russische vluchteling dopen, en er was haast bij want enkele dagen later zou hij op transfer worden gezet naar het noorden van Nederland. Toen ik hem via een tolk ondervroeg 'Wie is voor U de persoon van Jezus Christus ?' dan antwoordde die jongen.

"Hij is de levende God uit het oude testament die mens geworden is, geleden en gekruisigd en gestorven is voor mijn zonden en uit liefde voor alle mensen, en Hij is opgestaan op de derde dag". Ik huiverde bij die getuigenis, die jongen kende Hem.

We daalden samen af in de rivier en ik doopte hem in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Eindhoven 02.01.2014

AARTSPRIESTER SILOUAN



EENHEID IN VERSCHEIDENHEID

Een Parochie met veel nationaliteiten.
Mysterie in de Heilige Geest.
Catechese n.a.v. het 25 jarig bestaan van onze parochie.

Onze parochie bestaat 25 jaar, en ik denk dat het goed is om daar even bij stil te staan. In die 25 jaar is er veel verandert in heel de wereld, en ook in de Orthodoxe wereld in het bijzonder hier in het Westen. De grenzen van Europa wijzigen voortdurend, en mede daardoor heeft de Orthodoxie hier in het Westen een nieuw aangezicht gekregen.

Ik herinner mij nog zeer goed de orthodoxie van 40 jaar geleden, die verscheurd schizofreen en paranoïde was. In die hoek zat een groep Grieken, daar zaten een groepje Russen, en dan was er nog de Synodale Kerk, en de Servische Kerk en vanuit hun kleine getto's zaten die elkaar het ware geloof te betwisten. Ik herinner mij een uitspraak van een Orthodoxe priester uit die tijd die tegen zijn gelovigen zei " Daar,………. Bij die anderen,…… daar mag je niet binnengaan want daar zit de duivel op het altaar ! ! ! "

Ik dank God dat hij door Zijn Heilige Geest de ogen van diasporakerken heeft geopend, en dat wij nu in een andere geest leven, de geest die Christus ons heeft voorgehouden.

In het bijzonder moeten wij God dankbaar zijn omdat wij in een Orthodoxe parochie mogen leven waar niettegenstaande de grote verscheidenheid aan nationaliteiten een grote eenheid heerst.

De kerk - parochie moet de diversiteit van de lokale bevolking weerspiegelen. De buschauffeur, de wetenschapper samen met de illegale Afghaanse boer moeten hier met elkaar als uit één mond en één hart in de geest van Pinksteren samen kunnen bidden.

De Nederlanders, de Russen, de Grieken, Roemenen, Georgiërs, en Ethiopiërs ieder met zijn specifiek accent, charisma en traditie moet bijdragen aan het ene lichaam van Christus dat de Orthodoxe Kerk is. De H. Apostel Paulus geeft ons duidelijk inzicht in de noodzaak van het individueel charisma.

Hij zegt: "Moest heel het lichaam één groot oog zijn hoe zouden wij dan kunnen horen ? Moest heel het lichaam één groot oor zijn waar zou dan de reuk zijn? Moest alles slechts één groot lidmaat zijn waar zou dan het lichaam zijn. "

Wij zijn samengesteld uit vele ledematen, maar toch zijn wij slechts één Lichaam." (1 Cor 12,16-17;20) Het is slechts door de samenwerking van al die verschillende organen het oor, het oog, de handen en de voeten dat het lichaam als lichaam kan functioneren.

Zo moeten wij er ook voor zorgen dat het ook onder ons in de parochie gaat, alle orthodoxen van verschillende nationaliteiten moeten één geheel vormen, één lichaam en daarbij moeten we er niet naar streven de verschillende accenten van de ledematen te willen weg werken.

De eenheid en de werkelijke waarde van een parochie (het Lichaam van Christus) , hangt af van de harmonieuze combinatie van alle leden.

Zo moet het ook hier bij ons gaan in de Kerk. Niet de Roemeen NAAST de Griek, of de Rus naast de Nederlander maar wel de Griek SAMEN MET de Rus, en de Roemeen SAMEN met Georgiër ! ! ! in Eenheid, zonder etnische groepjes te vormen die zich apart opstellen en de eenheid van de parochie en het Lichaam van Christus aantasten moeten zij één van hart en geest zijn, en iedere zondag Pinksteren vieren.

Vader Michel Fortounato een priester die vroeger in de kathedraal van Londen met Mgr. Antony samen werkte en grote pastorale ervaring had gaf jaren geleden hier in Nederland enkele vormingsdagen voor koordirigenten.

Op die koordagen was er ook iemand van ons parochie aanwezig die tegen Vader André zei: " Vader,…naar mijn mening is de kwaliteit van een parochie grotendeels afhankelijk van de kwaliteit van het koor. "

Waarop Vader Michel antwoordde: U vergist zich,…. De kwaliteit van een parochie is rechtstreeks evenredig met het algemeen niveau van liefde en eenheid onder de mensen.

De eenheid in een parochie is gefundeerd op twee kolommen, die kolommen vinden we al terug bij de handelingen van de apostelen. In de eerste plaats is er eenheid door de H. Liturgie (het eucharistisch mystiek aspect) Daarnaast is er het (Eucharistisch communautair aspect) eenheid door het samenzijn. Dat staat heel duidelijk in de H. Schrift bij de handelingen.

Dat is de traditie van ons H. Orthodoxe Kerk en ook Johannes Chrysostomos in de 4e eeuw leert ons hoe belangrijk het is dat mensen na de Liturgie samen blijven, om samen te spreken, om zich samen te verheugen, om elkaars vreugden te dragen, om elkaars lasten te dragen om het mysterie dat zij beleefden te bestendigen.

Diegene die de belangrijkheid van het samenzijn na de God. Liturgie niet inziet of dat afdoet als een koffieklets met of zonder geroddel die kent de ware geest van de Orthodoxie niet !

Ik heb veel orthodoxe parochies bezocht in Griekenland, Rusland Roemenie Egypte enz……95% van de parochiekerken in heel de orthodoxie bestaan uit gemeenschappen van een honderdtal gelovigen, alleen in grote steden zijn er parochies waar het om duizend mensen gaat, en waar het communautair aspect wegens het aantal gelovigen moeilijk in praktijk kan worden gebracht.

Indien iemand mij zegt,…….. in mijn land is dat niet zo, daar doet men dat niet, na de Liturgie gaan de mensen dadelijk naar huis. Tegen hen zeg ik; "Dat komt omdat zij de diepe spirituele zin van dat samenzijn verloren hebben. "

In de parochies waar de apostolische Traditie van het samenzijn na de Liturgie behouden bleef voelde men heel duidelijk de geest van échte eenheid. Lees de handelingen van de apostelen daar vinden we de accenten op de juiste plaats.

Men is lid van de Orthodoxe Kerk ja, maar men moet ook actief lid zijn van DE PAROCHIE in het sacrament van de broeder.

In de Orthodoxe Traditie loopt men na de Goddelijke liturgie niet onmiddellijk weg om vlug naar huis te gaan eten, er moet tijd gemaakt worden om samen te zijn, om met elkaar te spreken, om elkaar te leren kennen, om zich samen te verrijken, om zich samen te verheugen, ja om elkaar te dragen.

Ongeveer 25 jaar geleden zijn we hier met een handvolmensen de parochie van de H. Nektarios begonnen, we hadden niets, maar werkelijk niets, geen icoon, geen stoel, geen lokaal. Ons enige bezit was een vurig geloof en veel liefde.

Maar God zag het, en vond blijkbaar dat het Goed was. Alles, maar alles wat we nodig hadden gaf Hij ons op het moment dat we het nodig hadden.

En kijk nu,………. Al het goede komt uit uw handen Heer.

Van in de beginne vormde een innerlijke en een uiterlijke dynamiek het fundament van deze parochie.

Ik wil het nogmaals herhalen, voorop staat de innerlijke verticale dynamiek door Goddelijke Liturgie met de deelname aan de H. Communie die ons allen tot eenheid brengt in het lichaam van Christus.De tweede dynamiek ligt in het collectieve aspect van een parochie, te weten in datgene, wat mijn persoon als sociale band bind met mijn broeders en zusters.

De Goddelijke Liturgie is de Goddelijke Liturgie, om het even in welke orthodoxe parochie, onafhankelijk van het feit of de priester in die parochie en de geest in die parochie mij ligt of niet ligt.

Maar toch zal het de communautaire geest van één bepaalde parochie zijn die zal uitmaken waar ik regelmatig naar de dienst zal gaan. Elk van ons voelt zich aangetrokken tot die of die speciale gevoeligheid, ……… en op deze criteria zal ik kiezen naar welke parochie ik ga.

Ook al ben ik priester, uit mezelf heb ik geen autoriteit, maar wanneer ik citeer uit de H. Schrift dan spreek ik wel met autoriteit, als bewijs citeer ik uit de H. Schrift, n.l. uit de Handelingen van de apostelen, handelingen 2, 42.

" Dag na dag kwamen de eerste christenen in eenheid van hart samen in de tempel, zij braken het brood, en daarna gebruikten zij hun maaltijd in eenvoud en blijheid van hart, en hun aantal werd steeds groter en groter "

Lieve mensen op deze woorden zijn we hier 25 jaar geleden met deze parochie begonnen naar het voorbeeld van de apostelen en van onze vader onder de Heiligen V. Sophrony.

Naar de woorden van Bisschop Jean Zizioulas, die ook vandaag nog vaak het Monasterie van V. Sophrony in Engeland bezoekt, kan men de verticale dynamiek ( de Goddelijke Liturgie ) niet scheiden van de horizontale dynamiek (het collectieve samen blijven met de broeders en de zusters) dat is de ware traditie van onze Orthodoxe Kerk sinds Pinksteren !

Op zondag, onder en na de maaltijd gaf Vader Sophrony er de voorkeur aan om de mensen met elkaar te laten spreken. Hij zei " Wanneer we de mensen hier niet de kans geven met elkaar broederlijk samen te zijn en elkaars vreugden en lasten te dragen waar zullen ze dan wel die kans krijgen. "

In die traditie werken we hier al 25 jaar in deze parochie, en zoals in de handelingen van de apostelen kunnen we in dankbaarheid aan God zeggen " En steeds werd hun aantal groter en groter "

Als liefhebbende vader van deze parochie vraag ik u met grote aandrang om ook na mij deze geest van eenheid en liefde in deze parochie te bewaren, en er op te letten dat er geen aparte groepjes ontstaan die zichzelf als een kerkje in de kerk zien, of die als een satelliet rond de kerk hun eigen baantje draaien.

Ik waarschuw u, wanneer deze symptomen zich voordoen zal er kilte komen en de warmte, de liefde en uw aantal zal afnemen.

Door de gebeden van onze Heilige Vaders Nektarios en Sophrony van Essex, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons.

Eindhoven 25.08.2013

AARTSPRIESTER SILOUAN



Antwoord aan S….

Geliefde broeder in Christus,

Uw vraag is existentieel voor een Christen !
Omdat er geen misverstand zou zijn laat ik Google één zin vertalen: Тот, кто знает стратегию врага, тот уже на пятьдесят процентов победитель.

Ik zal geen andere woorden gebruiken dan wat ik van Onze Heilige Vaders en van van mijn geestelijke vader geleerd heb.
De startegie van de vijand is de mens te ontmoedigen, de mens doen geloven dat zijn diepste verlangen een fatamorgana is, de vijand zal proberen de mens zo diep naar beneden te drukken dat de mens uiteindelijk zijn geestelijke ziekte als normaal accepteert. Vanaf dan zal de mens het leven ondergaan in een geest van apathie.
Onze God die in de Orthodoxie het aanschijn heeft van onze Heer Jezus Christus is gestorven en verrezen om de mens gelukkig te maken, om de mens weer zijn origineel beeld te geven van bij de schepping! ! !

Wij zijn allen zonen en dochters van Adam en Eva, wij dragen het lidteken van hun ontrouw, daardoor zijn we gebrekkig en ziek, vooral lijden we aan een vorm van cataract aan ons geestelijk oog, vaak kunnen wij God niet of maar heel vaag zien, en onze naaste zien we soms als gedrochten. In heel de cosmos ligt een orde, de orde van Hem die de cosmos gemaakt heeft. In onze vije wil, die Hij ons gegeven heeft, kan de mens zich schikken naar die orde of deze weigeren en zijn eigen weg gaan. De consequensies kennen wij,......... een wereld van chaos duisternis en wanhoop.

In de Goddelijke orde van de cosmos gelden ook wetmatigheden, zoals b.v. de zwaartekracht in de fisica, en andere wetmatigheden in de wiskunde, scheikunde enz..... Maar ook in het geestelijk leven zijn er wetmatigheden die we moeten leren om ze daarna toe te passen !!!
Weten is interessant maar doen is het doel van alle weten.

Alleen een mystieke diepe relatie met Jezus Christus kan de mens genezen en de Goddelijke orde in hem herstellen, en dat proses kunnen wij leren.
Een relatie met Hem komt tot stand door een regelmatige ontmoeting, ja,.. zoals bij mensen !
Wanneer de apostelen aan Jezus vragen :" Heer, leer ons bidden," dan zegt Jezus "Ga in je binnenkamer, doe de deur dicht ) Mat. 6, 6 en bidt daar in het verborgene". Bij iedere mens staat in zijn binnenkamer de Icoon van Christus ( de mens is geschapen naar Zijn icoon ) Hoe vaker de mens naar binnen gaat in die mystieke kamer en in de ogen van Christus kijkt en zegt "Heer Jezus Christus ontferm u over mij " des te sterker zullen de contouren van Zijn icoon zich in de mens aftekenen.
Zo ontstaat een diepe relatie met Diegene die zegt " Leert van mij ik ben zachtmoedig en nederig van hart " . Jezus zegt ook: gebruik bij het bidden geen veelheid van woorden, anders raak je verstrikt in uw eigen woorden en is uw gebed niet meer puur.

Ja, dat vraagt oefening, dat vraagt inspanning, dat vraagt dicipline, dat is moeilijk ja, meestal zeer moeilijk. Maar toen je leerde lopen, toen je leerde spreken toen je leerde lezen, dat was ook allemaal moeilijk, maar door te oefenen steeds opnieuw, en door disipline heb je dat allemaal geleerd. Ook in het geestelijk leven bestaat er een kleuterschool en een universiteit.
Ik herinner mij dat iemand die aan Archimandriet Sophrony vroeg:
"Dites père, vous n'avez pas un truc … , neen een truc voor een snelle oplossing bestaat er niet. Wij hebben de tendens om de oorzaak van heel onze levensproblematiek buiten ons zelf te leggen maar het slagveld ligt diep in ons.

Recapitulatie: Eerst is er diagnose, dan de acseptatie van de diagnose met het verlangen naar genezing, dan komt de periode van de dynamiek met het opstaan en naar De Therapeut gaan.

De Christen kent zijn therapeut.
Toen onze Therapeut hier op de werteld kwam zei Hij, " Ik ben gekomen voor de zieken," Dus niet voor hen die in de illusie leven dat zij gezond zijn of zij die denken zichzelf te kunnen genezen "

Velen kennen of geloven niet in onze Therapeut en zoeken compensatie voor hun onvoldaan en onrustig hart in alcohool, geld, macht sexualiteit drugs enz. Dat zijn de 'snelle middelen' dat zijn de leugenachtige ‚ 'trucs' die maar tijdelijk werken en de mens nog meer naar beneden halen.

Er bestaat slechts één enkele uitweg en deze zal voor ons altijd open blijven, ja, tot de laatste dag van ons leven ! En dat is: Ons berouw en Zijn barmhartigheid ! !

Met liefdevolle groeten.
Aartspriester Silouan.



Aan ouders met kinderen
tussen 6 en 12 jaar

Vaak worden ouders van Orthodoxe kinderen hier in het Westen geconfronteerd met volgende situatie.

Op sommige scholen krijgen de kinderen een voorbereiding voor wat men in de Latijnse Kerk noemt " Hun eerste, ofwel, plechtige communie "

Het is voor de ouders meestal moeilijk om op school te gaan uitleggen dat hun ' Orthodox ' kind in zijn kerk regelmatig en reeds sinds zijn H. Doopsel de H. Communie ontvangt.

Anderzijds is het duidelijk dat het bij een orthodox kind frustratie kan teweeg brengen wanneer het niet kan deelnemen aan de plechtigheid in de andere kerk op de dag dat al zijn vriendjes in het middenpunt van de belangstelling staan.

Daartoe stel ik voor en vraag ik uw medewerking:
Wanneer uw kind in die leeftijd komt dat men het gaat voorbereiden op het bovengenoemde gebeuren in een niet Orthodoxe Kerk, dat de ouders de priester of de catecheet daarvan op de hoogte brengen, en hen de datum meedelen waarop de plechtigheid in de Katholieke Kerk plaats zal hebben.

Op die dag komt het kind in zijn beste pakje of kleedje naar de Orthodoxe Kerk, Het kind zal in het midden van de Kerk ( al of niet met de hulp van papa of mama of peter en meter ) de Geloofsbelijdenis en het Onze Vader zeggen, en het koor en de mensen zwijgen.

Bij de communie komt het kind als eerste naar de H. Kelk met peter of meter en een brandende kaars. Na de dienst zingen alle gelovigen voor het kind het Athos Kyrie, daarna ontvangt het kind vanwege de parochie een geschenkje, doet de priester een korte toespraak tot het kind en volgen er persoonlijke felicitaties vanwege alle gelovigen.

Ouders, ik vraag uw medewerking opdat onze kinderen, die in wezen deel uitmaken van een minderheidsgroep, ongefrustreerd het leven als orthodoxe adolescent mogen binnen gaan.

Aartspriester Silouan
Rector



Waar woorden en beelden ophouden te bestaan.

Ondanks het Jezus gebed in de eerste plaats een individueel gebed is beoefenen we het in de parochie gemeenschappelijk iedere tweede zaterdag van de maand na de vesperdienst als een rijke gebedservaring maar ook als initiatie voor diegenen die dat gebed niet kennen.

Ik heb opgemerkt hoe zich op die plaatsen waar men het Jezus gebed toch gemeenschappelijk beoefende, een geestelijke opbloei ontwikkelde, derhalve acht ik het nuttig om als toelichting bij deze gebedspraktijk in dit nummer de hierna volgende tekst te publiceren.

Uit gesprekken leerde ik dat er bij veel mensen niet alleen een sterke hang naar verdieping, maar vooral naar een beleving van samen zijn met God bestaat. Als ik zeg beleving bedoel ik natuurlijk de gezonde gebedsbeleving en niet de inlossing van die verwachtingen die men ons bij sommige oosterse technieken belooft of die men er minstens insinueert. We leven immers in een tijd waarin aan de mensen allerhande geestelijke recepten verstrekt worden, zelfs recepten om God te verschalken. Wij hoeven niet onze toevlucht te zoeken tot heidense exotische experimenten, in de rijke christelijke traditie is alles potentieel beschikbaar.

De beleving van het samen zijn met God wordt door een van de Vaders op bijzonder sterke wijze uitgedrukt in zijn definitie van het begrip gebed. "In en door het gebed begeeft de mens zich op weg naar zijn deelname aan het Goddelijk Leven." Duidelijker kan het niet. Ook in de christelijke traditie.

In een niet gevallen wereld zou de mens bij machte zijn spontaan en vol vreugde het goddelijke appel te beantwoorden, maar in zijn toestand van gevallen mens vraagt de beantwoording van de Goddelijke roep moeite en kracht, zelfs in die mate dat de mens zich meestal geweld moet aandoen om te bidden. Eigenlijk betekent dit dat hij iedere dag opnieuw zijn relatie met God moet hernieuwen. Als wij bidden niet moeilijk vinden, dan betekent dit misschien dat we er nog niet aan toe zijn. Echt bidden is in het algemeen het opnemen van zijn persoonlijk kruis samen met Christus, niet in een eenmalig groots gebaar, maar elke dag opnieuw. Juist door iedere dag opnieuw ons kruis op te nemen kunnen wij ook iedere dag deel hebben aan de Transfiguratie, de Kruisiging en de Opstanding van de Heer Jezus Christus, en dat is deel hebben aan het Goddelijk leven.

Over het wezenlijke van het Jezus gebed kunnen we het volgende vertellen. De meeste van onze gebeden bestaan uit min of meer lange formules waarbij op het vlak van de concentratie aan de biddende mens vaak grote inspanningen gevraagd worden. Het Jezus gebed daartegenover is tot de absoluut essentiële inhoud beperkt, De Naam. De Naam wordt in het brandpunt van het gebed, van onze gedachte geplaatst.

Als aanroeping van de H. Naam van God heeft dit gebed zijn wortels in het Nieuwe Testament, maar……. zijn kiem ligt veel verder nl.: in het Oude Testament. Door het hele Oude Testament heen is de " Goddelijke Naam" drager van kracht. Daar reeds, in het Oude Testament, drukt de "Naam" de PERSOON uit, en talrijk zijn de teksten die verwijzen naar "de heiliging door de Naam, de heiliging van de Naam, en de heiliging in de Naam" Heel het Jezus gebed spitst zich toe op de H. Naam van onze Heer en God en Verlosser "Jezus Christus". Niettegenstaande dat er meerdere formules bestaan, is de meest gebruikte: "Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij."

Wat voorafging waren enkele beschouwingen rond het Jezus gebed, nu komen we tot de eigenlijke kern van dit gebed.

Indien we dit gebed willen beoefenen naar de traditie zoals onze Vaders sinds de vierde eeuw het doen, is het de bedoeling dat bij het bidden van het Jezus gebed ons intellect in ons hart afdaalt om van daaruit tot God te bidden. Natuurlijk staat het hart hier niet voor het vleselijk hart, en ook niet voor het emotionele centrum in de mens. Het begrip hart staat voor het geestelijk zwaartepunt van de mens, het is dat orgaan, of beter die plaats, of nog beter dat perceptievermogen waarmee de mens kan weten en kennen zonder voorafgaand verstandelijk onderzoek of waarneming en waarmee hij lief heeft. De Grieken noemen het de nous.

Maar eerst nog iets over de hierboven aangehaalde betrachting om het gebed te doen afdalen in het hart. Onlangs las ik een waarschuwing van Archimandriet Sophrony voor de soms geforceerde manier waarop de biddende mens zijn verstandelijk gebed wil doen afdalen in het hart. Hij noemt het een onnatuurlijk en kunstmatige manier waarop sommigen hun verstandelijk gebed, door speciale ademhalingstechnieken, willen doen afdalen in het hart. Hij zegt: in plaats van deze gebedsgraad op een kunstmatige wijze te willen opwekken of hem ons op een ongeordende wijze te willen toe-eigenen, is het veel beter hem op een natuurlijke wijze te ontvangen door samen met de beoefening van het Jezus gebed te leven naar de geboden. Wanneer de mens zich schikt naar de goddelijke orde door de geboden te onderhouden, dan zal het verstand, gebed, op natuurlijke wijze afdalen naar het hart. In dit geval zal deze toestand van gebed, (uit het hart dus) eigen en echt zijn. Is de nous verstrooid en onzuiver door de passies, dan bevinden we ons in de situatie van: 'de Bruidegom is er wel, maar we kunnen Hem niet zien.'

Zodra het bidden uit de nous gebeurt wordt het gebed door heel de mens gebracht, heel het wezen in zijn totaliteit, dat schepsel dat mens heet bidt, uit zijn intellect, uit zijn hart, uit zijn wil, ja zelfs uit zijn fysiek lichaam.

Wanneer het de mens gegeven is om in een dergelijke genadevolle toestand te bidden, dan gaat dat gepaard met een oneindige, inwendige stilte, een soort geestelijke onbewogenheid. Dit is de toestand die men noemt het zuiver gebed. In die toestand kan het gebeuren dat het voertuig, de gebedsformule, niet meer nodig is, en dat de woorden ervan stoppen, of ten hoogste af en toe eens moeten herhaald worden. In dat stadium van begenadigd gebed blijft de menselijke geest door de genade en door de vreedzaamheid op God gericht, en verwijlt de mens in die toestand voor Gods Aanschijn.

Een onlangs overleden geestelijke vader zei over het Jezus gebed: "De zuivere vorm van gebed houdt zich bezig met de herinnering van het verstand en van het hart." Een kleine anekdote. Iemand die een bijzondere geestelijke zijnstoestand had beleefd zei tot zijn geestelijke vader: "Vader ik wist plots dat het dat was waarnaar ik zo lang gezocht had. Intuïtief wist ik dat die toestand bestond, het was alsof ik het altijd gekend had maar het toch vergeten was. Het was plots of ik mij die 'zijnstoestand' herinnerde, het was een herkennen." En dan het antwoord van die geestelijke vader: "Mijn kind, in de nabijheid van God herinnert en herkent de mens zich zijn Goddelijke oorsprong." O.a. met die vorm van herinnering van het verstand en van het geestelijk hart houdt het Jezus gebed zich bezig.

Wanneer het ons gegeven is op dergelijke genadevolle wijze uit de nous, ons geestelijk centrum te bidden, dan heerst er in de nous tegelijkertijd een grote stilte en grote geestelijke alertheid, er is nog slechts één enkelvoudige gedachte, de gedachte aan God. De Griekse Vaders noemen die toestand de toestand van de enkelvoudige gedachte.

De Vaders waarschuwen ons voor alle andere gedachten, hoe vroom en zuiver deze ook mogen lijken, zij zien ze als gevaarlijke obstakels bij het afdalen van het verstand naar het hart. We moeten er over waken niet in de formules van een theologisch denken te blijven steken wanneer we proberen te bidden. Het klinkt misschien erg hard, maar ieder verstandelijk denken aan God verhindert het directe contact met Hem. Iedere gedachte of formule die de mens zich maakt over God, vangt de mens, en sluit de mens op in zichzelf.

Bij het zuivere gebed is de gedachte "Heer Jezus Christus" nu niet meer gestructureerd in een formule maar is nu openbaring en energie geworden, zij is voor de bidder tot een bewuste Aanwezigheid geworden. Iedere gedachte die in het intellect haar oorsprong had is weg, er is alleen nog maar een bewustzijn van totale opname in God. In die toestand van zuiver gebed is de mens los van de steeds wisselende stroom van beelden, ideeën en gevoelens, we kunnen zeggen, dat die mens rust in God.

Dat is het wezenlijke van het Jezus gebed.

Noch het verstand noch het hart kunnen op zichzelf bestaan. Gebed dat alleen voortkomt uit het verstand is koud; en gebed dat slechts ontspruit aan het hart is sentimenteel en onkundig van al datgene wat God ons gegeven heeft, nu geeft, en nog zal geven in Christus. De mens die op deze manier bidt is ten prooi aan een gevoel van verloren zijn in een onpersoonlijke oneindigheid. Zo'n gevoel kent niet zoiets als een ontmoeting met een persoonlijke God, en daarom is het geen écht gebed, het Jezus gebed is juist gericht op de ontmoeting met een persoonlijke God. En die ontmoeting voltrekt zich in de oneindige stilte van het hart, onder de enkelvoudige gedachte, die eigenlijk geen gedachte meer is maar energie, openbaring, en daarin Aanwezigheid.

Maar hoe dicht ook God en de mens elkaar mogen benaderen, de "Ik - Gij" relatie tussen God en de mens blijft altijd bestaan. Het is het schepsel dat wordt ondergedompeld in de onmetelijke Goddelijke barmhartigheid en liefde, maar het schepsel wordt er nooit door verzwolgen, God blijft God, en de mens is en blijft mens, de twee blijven hun eigen identiteit bewaren, maar de mens wordt bekleed met en vervuld door de H. Geest. Wanneer we bidden in die toestand van het zuivere gebed, dan ontmoeten we God niet langer meer door ideeën, maar door het bewustzijn van Zijn aanwezigheid. In die vorm van bidden wordt het besef van een onbereikbare realiteit zoals dat door het verstand ervaren wordt, opgelost in de onmiddellijke aanwezigheid van God. De idee van God, of onze ideeën over Hem, worden vervuld door en doordrongen van het bewustzijn van de levende realiteit van God. Deze realiteit neemt de plaats in van de idee en bevestigt het tegelijkertijd; de idee staat niet langer tussen ons en God in.

Het hart 'de nous' is de bron van het gevoel en daarom van de liefde; en liefde betekent de Andere ontmoeten. En omdat de liefde gedreven wordt door een beweging van oneindig verlangen, kan dat verlangen alleen ten volle worden bevredigd in de ontmoeting met God, Hij die de Oneindige is. Maar het hart is ook de bron van berouw en de plaats waar het berouw wordt gevoeld. Bij de ervaring van de oneindige liefde van God weent de mens in zijn hart en vraagt hij om vergiffenis. Het is uit datzelfde hart dat er tranen opwellen. Tranen van verdriet bij het spijt voor gedane zonden, tranen bij het inzien van zijn lafheid, en ook tranen met spijt om zijn traagheid en de verloren tijd. Maar ook tranen van geluk en van grote dankbaarheid. Vooral dankbaarheid om het nieuwe weten.

Die nieuwe vorm van weten is niet langer meer gestructureerd in het intellect, maar heel de mens is nu drager van dat nieuwe weten door ontmoeting, maar vooral door de ervaring dat God de mens lief heeft en in Zijn liefde de mens zoekt.

De woorden van de formule staan niet langer meer tussen God en de mens in, maar in die woorden richt de mens zich tot God in Gods eigen aanwezigheid. In dat stadium van het Jezus gebed is onze aandacht niet meer gericht op woorden, maar op God, aan wie ze gericht zijn.

Als slot nog dit. Terecht merkte Vader Archimandriet Sophrony zaliger het volgende op. Het is de taak van de Theologie om over God en de goddelijke dingen na te denken, en daarbij verricht zij zeer nuttige arbeid, maar in zichzelf bezit zij niet de sleutel tot het Koninkrijk. (Einde citaat) De sleutel ligt in een zuiver, nederig en bekeerd hart waar alle woorden en beelden opgehouden hebben te bestaan. Daar op die plaats kunnen die twee die elkaar zoeken en elkaar ook ontmoeten.

Dat is de rijke Orthodoxe Traditie van eeuwenlang gebed in de kloosters op de H. Berg Athos en in de woestijn, maar ook in de steden en dorpen, in de harten van hen die Hem zoeken.

Uit een lezing van Aartspriester. Silouan voor de Vereniging van Orthodoxen van de H. Nikolaas van Myra. Geraadpleegde werken: Filokalia en V. D. Staniloae
Eindhoven, Juli 1999

Aartspriester Silouan



Zo leefde en stierf een monnik.

Lezing ter nagedachtenis van Vader Symeon Bruschweiler

Parochie H. Nektarios, te Eindhoven 21.11.2009

Meer dan twintig jaar organiseert onze parochie een jaarlijkse pelgrimage naar het klooster van de Heilige Johannes de Doper in Essex dat als een vuurtoren, zijn licht uitstraalt over heel de wereld en hen die Hem zoeken.

In augustus van dit jaar (2009) overleed een van de oudste monniken, leerling van Vader Sophrony, die op zijn beurt een leerling was van de Heilige Starets Silouan.

Velen van ons hebben Vader Symeon leren kennen als spreker, anderen als geestelijk vader, en sommigen ook als biechtvader, wij zijn hem zeer dankbaar. Ter zijner nagedachtenis wil ik uit enkele gesprekken met hem het een en ander over hem vertellen toen hij enkele dagen bij ons logeerde in 1976.

Vader Symeon werd geboren in 1928 in het kanton Vaud, in Zwitserland, onder de naam René - Jean Bruschweiler, zijn ouders die protestants waren, hadden een schoenenzaak in Lousanne. Vóór zijn opname in de Orthodoxe Kerk studeerde hij rechten en was hij een carrière als advocaat begonnen.

De Orthodoxe wereld hier in het Westen is relatief klein en al spoedig ontdekte hij V. Sophrony Sacharof. In de omgeving van Parijs, meer specifiek in St. Geneviève-des-Bois, daar kwam hij voor het eerst in contact met V. Sophrony, die in 1948 om gezondheidsredenen van Athos naar Frankrijk was verhuisd. De wijsheid en de persoonlijkheid van V. Sophrony maakten een diepe indruk op de zoekende jonge man René - Jean, en na verloop van tijd werd hij rassofoor onder de naam van Symeon (genoemd naar de heilige Symeon de Styliet (386-459)).

In 1959 volgde Vader Symeon zijn geestelijke Vader Archimandriet Sophrony naar Engeland, waar zij samen het Klooster stichtte van de Heilige Johannes de Doper, in het graafschap Essex in Zuid-West Engeland. Kort na de stichting van het klooster gaat V. Symeon voor enkele jaren terug naar Parijs om theologie te studeren aan het Instituut St. Serge. Daarna keert hij terug naar Engeland, waar hij naast V. Sophrony verblijft tot aan zijn dood. Tussen haakjes datzelfde klooster telt nu, 50 jaar later, ongeveer 35 kloosterlingen.

Enkele van de grote verdiensten van Archimandriet Symeon waren, het vertaalwerk vanuit het Russisch naar het Frans van meerdere boeken van V. Sophrony, o.a. het boek over de Heilige Silouan de Athoniet, maar ook werken van andere auteurs o.a. van de heilige Ignatius Briantchaninov.

Als geestelijk zoon van Archimandriet Sophrony vervulde hij op zeer gewaardeerde wijze de taak van biechtvader en geestelijk vader voor velen, en na het overlijden van V. Soprhony nam hij veel van diens leerlingen onder zijn vleugels. Meerdere mensen die met onze jaarlijkse pelgrimage naar het Klooster in Essex gingen, hebben hem in die hoedanigheid leren kennen.

Hij was een zeer geëerde spreker bij geestelijke lezingen door heel Europa en daar buiten, en hij nam ook het voorzitterschap waar van "De Vereniging van de H. Silouan", waarvan hij de jaarlijkse bijeenkomsten in Parijs voorzat.

Laatste levensdagen van V. Symeon.

In oktober 2008, toen hij een groep pelgrims naar de Roemeense kloosters begeleidde, voelde hij zich buitengewoon vermoeid. Op advies van een dokter, die deel uitmaakte van de groep pelgrims, liet hij ter plaatse een bloedanalyse doen. Daar werd de diagnose gesteld van de ziekte, waaraan hij een jaar later zou overlijden.

Terug in zijn klooster in Essex. Woensdag 19 augustus 2009 voormiddag; Vader Symeon is bij volle bewustzijn, hij was opgewekt en sprak nog met de andere monniken die hem in zijn kamer kwamen bezoeken. Met Vader M. en Vader. P. gebruikt hij op zijn kamer het middagmaal.

Namiddag: Terwijl hij bedlegerig is krijgt V. Symeon een aanval van hoge koorts. Hij spreekt niet meer met de aanwezigen, maar hij blijft bij bewustzijn, zijn ademhaling wordt moeilijk. Vader P. begint de gebeden der stervenden te lezen, meer in het bijzonder de gebeden voor de ziel die het lichaam verlaat. Onder dat gebed komen nog enkele vaders zijn kamer binnen.

Op het einde van het gebed opent hij de ogen, probeert overeind te komen en zegt: "Ho, zijn jullie allemaal hier?" Vervolgens roept hij uit:
"Christos voskresje!" en zegt: "Dank voor jullie gebeden." En aan Vader P. vraagt hij om bij hem te blijven. De anderen verlaten de kamer. V. Symeon gaat liggen en vanaf dat moment had hij met niemand communicatie.

Ook gedurende heel de volgende dag, donderdag 20 augustus was er geen enkele communicatie meer. Omstreeks middernacht 23u.50, overleed V. Symeon op 81 jarige leeftijd.

Vrijdag 21 augustus. Een arts heeft het overlijden vastgesteld en de vaders hebben V. Symeon zijn priestergewaden aangetrokken. Alle Vaders en Zusters zijn naar zijn kamer gekomen om daar zijn zegen te ontvangen. Iedereen was zeer onder de indruk van de vreedzame uitstraling op zijn gelaat. Vanaf dan en gedurende verschillende dagen heerste er in het klooster een Paschale stemming, een geest van Opstanding in plaats van een geest van droefheid.

Vervolgens hebben de Vaders het lichaam van V. Symeon van zijn kamer naar beneden gebracht en hem in een kist gelegd en opgebaard in de kleine kapel van St. John waar ze een panichida celebreerden.

In de namiddag dragen alle monniken en monialen in processie het lichaam van V. Symeon naar de kerk van de H. Silouan waar bij aankomst een trisagion werd gecelebreerd. Vanaf dan heeft men heel de nacht, tot aan het begin van de Goddelijke Liturgie op zaterdagmorgen, naast de open lijkkist Psalmen en Evangelielezingen gedaan.

Zaterdag 22 augustus vier tot vijfhonderd mensen vanuit verschillende continenten waren gekomen voor de begrafenisdienst.

Voormiddag : De Goddelijke Liturgie werd gecelebreerd in de Kerk van de H. Silouan.

Namiddag: Om 15u00 aanvang van de begrafenisdienst die duurde tot 18u.30. Daarna processie met de kist naar de crypte onder het zingen van het "Heilige God". Onderweg drie haltes voor het zingen van het trisagion.

Vanaf de werkplaats voor de iconografie vergezelden enkel de kloosterlingen de kist naar de crypte, waar bij aankomst de kist in het graf aan de linker zijde van V. Sophrony werd geplaatst en er weer een trisagion werd gezongen. Zoals Vader Sophrony en moeder Elisabeth is Vader Symeon dus niet in de aarde begraven maar bovengronds in een soort sarcofaag ingemetseld. Vervolgens baden de vijf priesters van het klooster elk twintig maal het Jezusgebed "Heer Jezus Christus, zoon van God, ontferm u over uw dienaar V. Archimandriet Symeon." Vervolgens ging iedereen onder het zingen van de katavasia terug naar de kerk, waar de koliva gezegend werd. Daarna was er een buffet voor alle aanwezigen. 's Anderendaags kwamen de metselaars om de deksteen van de sarcofaag dicht te metselen.

Transfiguratie van Christus, Transfiguratie van de mens.

Ter nagedachtenis aan V. Archimandriet Symeon wil ik graag enkele gedachten weergeven uit een conferentie die V. Archimandriet Symeon gegeven heeft in Gent in 1978, nu reeds meer dan dertig jaar geleden, met als thema: "Transfiguratie van Christus,... transfiguratie van de mens."
V. Symeon was helemaal niet zweverig, maar begon zijn geestelijke lezing met een problematiek die vandaag meer dan ooit heel actueel is.

De mens wordt vandaag van verschillende zijden gewaarschuwd dat hem - indien hij niet een soort vrijwillige ascese op zich neemt - allerlei onheil te wachten staat, ja, dat indien de mensheid verder leeft zoals ze nu bezig is, zij naar een soort collectieve zelfmoord toeleeft. Denken we maar aan de uitputting van de energiebronnen, de pollutie, de eenzaamheid, hongersnood, enz.

Die waarschuwingen lijken niet ernstig genomen te worden niettegenstaande die bedreigingen met grote snelheid op ons af komen.

Een reorganisatie van het leven op politiek, sociaal of technologisch vlak volstaat niet of is niet de remedie om het onheil af te wenden, want aan de basis van die problematiek ligt een veel diepere geestelijke oorzaak, en voor een geestelijke oorzaak is een geestelijke remedie noodzakelijk. Sommige filosofen spreken over de toekomst van de mens in de zin van de komende eeuwen waar we nu geen vat zouden op hebben. Een Russische bisschop, op doorreis in Engeland zei onlangs: Binnenkort zal de mens van buitenaf gedwongen worden tot een zekere vorm van ascese. En juist daar heeft de Kerk, door haar ervaring, ons iets te vertellen...

Er volgt dan een heel betoog hoe de Kerk een positieve zin geeft aan de ascese die tot een transcendentie moet leiden, waarbij Vader Symeon de volgende conclusie trekt:

De mens is geroepen om deel te hebben aan de Goddelijke Transcendentie, in die staat ontvangt de mens het Goddelijk Leven en die getranscendeerde mens kan wel een positieve wending of oplossing geven aan de wereldproblematiek.

Sommigen zullen zich afvragen. Is dat geen utopie of een te holistische visie?

Onze hoop als christen is geen filosofie, en ook geen ideologie in hetzelfde rijtje van de andere logieën maar onze hoop heeft als fundament de persoon van Jezus Christus in wie de christen zijn heil ziet, en aan de basis van het Nieuwe Testament liggen feiten en daden, en niet alleen maar woorden of geboden.

Een van die feiten waarop de christen zijn heil baseert is het historische feit van de Transfiguratie op de berg Tabor. Bij de heilige Petrus neemt de Transfiguratie, waarvan hij zelf getuige was, een centrale plaats in bij zijn prediking.

Jezus vraagt aan Petrus: "En wie zegt gij dat ik ben?" en Petrus antwoord: "Gij zijt de Christus de Zoon van de levende God." Onmiddellijk zegt Jezus: " Dat antwoord hebt gij niet uit vlees en bloed, maar van Mijn Vader Die u dit geopenbaard heeft." Ook de Vaders leggen de nadruk op het feit dat de mens in staat is de goddelijke energieën te ontvangen als een openbaring.

Daarom zag Petrus, Jezus, als de Messias.

De Vaders onderlijnen dat de 'glorie uitstralende' Jezus op de Thabor altijd die glorie uitstraalde, omdat Hij de tweede persoon van de Drie-eenheid is die mens geworden is. Volgens de Vaders was het niet Jezus die veranderde maar het waren de apostel die in staat gesteld werden om deze goddelijke glorie van de Transfiguratie te zien en te ontvangen.

Het deelhebben aan het Taborlicht is geen unieke beleving in het Nieuwe Testament, denk maar aan de heilige Paulus op weg naar Damascus, hij werd zelfs blind bij zijn confrontatie met het goddelijke Licht en kon eerst weer zien na zijn doop. Bij die confrontatie met het Licht vroeg Paulus: "Wie zijt Gij?" en het antwoord was: "Ik ben die Jezus Die gij vervolgt."

Diep in ieder mens ligt het verlangen om de mens te overstijgen, en datzelfde verlangen ligt ook in God, ook God wil dat de gevallen mens zijn status van 'gevallen mens' overstijgt. De heilige Basilius de Grote zegt: "De mens is een schepsel dat de opdracht heeft om Goddelijk te worden." In de mens leeft het verlangen om door de genade deel te hebben aan het goddelijk leven. En in de persoon van Christus zien we dat Hij als mens het goddelijk-zijn kan verdragen.

Na de transfiguratie en na de dood van Jezus herkenden sommigen van zijn leerlingen hem niet meer. Zij waren niet meer in dezelfde genadevolle toestand, zoals op de berg Tabor. Bijvoorbeeld op de weg naar Emmaüs zagen zij Hem aanvankelijk als een gewone reiziger. En ook Thomas moest de wonden van Jezus zien omdat hij, Thomas, niet in staat was Jezus in Zijn glorie te zien.

Wij gevallen mensen, zijn als een cocon die een gedaanteverandering moet ondergaan, onze persoonlijke transfiguratie, vooraleer wij tot een vlinder kunnen worden. Door een leven in en met Christus, door gebed, en door het deel hebben aan Zijn Lichaam en de H. Mysteriën zal onze transfiguratie zich voltrekken.

De Vaders benadrukken dat dit niet gaat zonder de menselijke inzet en inspanningen, de fameuze 'synergie'. Christus beklom eerst een hoge berg, zegt het Evangelie,... wat een grote inspanning vraagt, en daar had de transfiguratie plaats.

Eerst moeten we afdalen in de put der nederigheid van een écht berouw.

Een berouw dat het gevolg is van een verstandelijke analyse van onze situatie volstaat daarbij meestal niet, want de weg naar de Tabor loopt via het vernederd en het vermorzeld hart, waar koning David het over heeft in psalm 50: "Zo'n hart zult Gij niet versmaden Heer."

Eindconclusie: De transfiguratie lag bij de apostelen die in staat gesteld werden om Hem in Zijn ware glorie te zien. Jezus opende het geestelijk oog van hun ziel (hun nous).

Als slot van zijn lezing sprak V. Symeon letterlijk de volgende woorden.

De dingen zijn vaak niet zoals wij ze zien... maar zoals wij zijn!!!

Pr. Silouan

Dit waren slechts enkele fragmenten uit een lezing door V. Symeon Bruschweiler
Parochie van de H. Andreas te Gent op 03.03.1978


WIJ IMMIGRANTEN

Deze catechese is geen herhaling van een vroegere catechese waarbij werd aangetoond hoeveel geestelijke rijkdom een parochie kan ontvangen wanneer zij zich openstelt voor orthodoxen uit verschillende landen die hun eigen accenten hebben en hoe die parochie dan iedere zondag een Pinksterfeest beleeft, dat was een andere catechese en daar gaat hier niet om. In deze catechese gaat het over onze houding als Christen tegenover de immigrant. De vreemdeling die hier zijn intrek probeert te nemen.

« In onze geseculariseerde beschaving waar iedereen de neiging heeft om zich te beschermen tegen alle onzekerheden, is het bijna van zelfsprekend dat de vreemdeling het voorwerp uitmaakt van een soort wantrouwen. Ook al wordt hij niet met vijandschap bejegend toch stoot hij vaak op een kille onverschilligheid in een maatschappij die voor hem gesloten blijft. In het Oude en het Nieuwe Testament zijn er veel passages waar men het over de vreemdeling heeft.

Nochtans is de vreemdeling, de geëmigreerde de gestalte bij uitstek van de christen op weg naar het Koninkrijk. De Apostel Petrus zegt het niet anders wanneer hij schrijft: Geliefden, ik vermaan u als pelgrims en vreemdelingen, u verre te houden van de vleselijke lusten die strijd voeren tegen de ziel (1 Petr.2,11). Inderdaad, wij zijn allen vreemdelingen in deze wereld. Wij zijn allemaal als Abraham, die zijn land had verlaten zonder goed te weten waarheen hij zou gaan.

Wij kennen allemaal de episode in het Oude Testament van de eik van Mamre en van de beroemde liefdevolle-gastvrijheid (filoxenia) van Abraham, ( ziet daar, de icoon die iedereen onmiddellijk ziet wanneer hij onze parochiezaal betreed, symbool van de gastvrijheid van onze parochie) Abraham die drie jonge vreemdelingen ontvangt. Het zijn engelen die hem in naam van God de geboorte komen melden van zijn zoon Isaac (Gen.18,1-8). Paulus schrijft in zijn brief aan de Hebreeën: vergeet de gastvrijheid niet, want dank zij die gastvrijheid hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen (Hebr.13,2).

Het respect, de eerbetuiging die wij aan de vreemdeling en de geëmigreerde verschuldigd zijn wordt in het Nieuwe Testament heel duidelijker onderlijnd. Christus zelf drukt zijn voorliefde uit voor de vreemdeling. Herinnert u de genezing van de tien melaatsen daaronder was een vreemdeling: Maar juist die immigrant viel op zijn aangezicht neer voor Jezus' voeten, en dankte Hem, die man was een Samaritaan, dus geen Jood zoals Jezus! Voor Jezus was hij eigenlijk een vreemdeling.

Of de imigrant een moslim is, of Roma-Zigeuneur, of de meest orthodoxe of rechtgelovige Nederlander of Griek is, maakt niet uit. …. " Wat gij aan hem gedaan hebt, hebt gij aan mij gedaan".

In de parabel van het laatste oordeel waar Christus zegt : wat gij aan je naaste hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan, stelt Jezus geen categorisch imperatief, maar hij vereenzelvigt zichzelf met de arme, met de kleinsten onder Zijn broeders. Door hen te dienen, dienen wij God zelf.

Waarschijnlijk denkt u, maar wees nu toch eens realistisch!

Ik antwoord daarop natuurlijk is er een limiet aan het aantal en de frequentie waarmee wij gasten aan tafel kunnen uitnodigen, of aan het aantal emigranten dat een land kan opnemen, van ons wordt niet het onmogelijke gevraagd, maar enkel wat binnen mijn macht ligt. Ja zoals in het Evangelie waar die arme Lazaros aan de deur van die rijke man ligt, niet een massa, maar aan mijn deur ligt mijn persoonlijke Lazaros.

Mijn naaste is mijn broeder; het is hij die ik overal tegenkom; die ik wel zou willen uitnodigen, maar tegelijk is er een soort angst in mij. Ik vraag mij af " Staat hij nou niet te liegen, is het niet dezelfde van drie weken geleden die mij toen ook zo'n smartelijk verhaal opdiste", en ik probeer zijn blik te ontwijken, ik probeer mijn hart af te schermen, maar hoever ik ook probeer te vluchten, hij haalt mij terug in, hij is daar, hij kijkt, hij stelt vragen, hij vraagt, hij smeekt, ……. soms zonder woorden, en ik weet dat iemand wiens ' goedheid " nooit misbruikt is geweest, nooit echt goed geweest. Mijn naaste is ook hij die mij niet op mijn gemak doet voelen omwille van de hevigheid van zijn wanhoop die ik vaak in zijn ogen zie vooral wanneer ik de woorden gedenk « Ik was vreemdeling en gij hebt Mij niet opgenomen»

Ik herinner mij een voorval van ongeveer vijf jaar geleden. Een orthodoxe gelovige, een zeer getrouwe bezoeker van onze kerk en zelf emigrant uit de Balkan stelde mij na de Goddelijke Liturgie een vriend voor. Toen hij daarbij de naam van zijn vriend noemde zei hij met een onbeholpen schouder ophalen en een verontschuldigend glimlachje ' maar……. hij is moslim ' Toen ik hem antwoordde " Uw vriend is onze vriend" vroeg de vreemdeling wat ik gezegd had. Toen hij de vertaling hoorde sprongen er twee grote tranen uit zijn ogen. Neen, ik wil niet aan sentimentaliteit doen, maar ik wil enkel een confrontatie bewerkstelligen met de woorden van Hem die Zijn leven voor ons gegeven heeft en wiens leerlingen wij willen zijn. Van mij vraagt Hij niet het onmogelijke; alleen dat ik datgene doe wat ik zou willen wat men aan mij deed. De H. Silouan zegt: " Mijn broeder is mijn leven ."

V. Silouan. Eindhoven mei 2009.



ER BESTAAT GEEN ECHT GELOOF DAT ENKEL OP EEN IDEOLOGIE GEGRONDVEST IS

Zelfs als zouden miljoenen mensen vinden dat de christelijke wereldbeschouwing de meest overtuigende of meest beantwoordende is aan de wetenschappelijke bevindingen, dan nog kunnen ze niet spreken over het geloof zolang er geen ontmoeting met God heeft plaatsgehad, en zolang er geen persoonlijke relatie met Hem tot stand is gekomen.

Aan mensen die heden ten dage orthodox willen worden, vraagt men meestal een lange voorbereidingstijd. In de Handelingen der Apostelen (8,26-39) lezen wij over de ontmoeting van Filippus en de Ethiopiër die het boek van de profeet Jesaja aan het lezen was. Filippus legde hem uit wat in het boek Jesaja over Christus geschreven staat.

De Ethiopiër geloofde hem en zei: "Hier is water. Wat is er op tegen, dat ik gedoopt word?" Wat hij over het Evangelie wist, was alleen maar dat Jezus Christus de lijdende man was over wie in het boek Jesaja geschreven staat. De Ethiopiër geloofde in de persoon van Christus, terwijl hij veel minder over Hem wist dan de gewone Europese mens kon weten, maar het was een persoonlijke ontmoeting waar het hem om ging.

De Ethiopiër had Christus ontmoet en op basis daarvan mocht de doop plaatsvinden.

Uit "Gesprekken over het geloof en over de Kerk" Mgr. Anthony

Ik wil graag iets vertellen uit mijn persoonlijke pastorale ervaring. Enkele jaren geleden zou ik hier in Nederland in de rivier De Dommel een jonge Russische vluchteling dopen, en er was haast bij want hij zou dagen later op transfer worden gezet naar het noorden van Nederland. Toen ik hem via een tolk ondervroeg 'Wie is voor U de persoon van Jezus Christus ?' dan antwoordde die jongen.

'Hij is de levende God uit het oude testament die mens geworden is, geleden en gekruisigd en gestorven is voor mijn zonden en uit liefde voor alle mensen, en Hij is opgestaan op de derde dag'. Ik huiverde bij die getuigenis, die kwam vanuit een persoonlijke ontmoeting, we daalden samen af in de rivier om hem te dopen.

Eindhoven 02.01.2014 V. Silouan


© (2011): contact with webmaster